De basisregels van duurzaam bouwen
Foto: bouwen & renoveren
Wie anno 2010 bouwt, bouwt uiteraard een duurzame woning. Dat betekent: een woning die respect heeft voor ons milieu. Duurzaam bouwen is meer dan zonnepanelen op je dak plaatsen. Het heeft ook te maken met de ruimte die je in beslag neemt, de hoeveelheid energie en water die je dagelijks gebruikt, en de materiaalkeuze. De basisregels.

Bij voorkeur in de stad

Duurzaam bouwen begint bij de aankoop van een bouwgrond. De meest duurzame woning is een woning die je bouwt op een bouwgrond die zich dichtbij je werk bevindt. Zo beperk je je verplaatsingen, en bespaar je energie, tijd en geld. Bouwen op een grond in de stad of vlakbij het centrum van een gemeente is duurzamer dan bouwen middenin een groene zone. Zo beperk je het gebruik van een auto om bijvoorbeeld te winkelen.

Een compact huis

Een compact huis is een huis waarin zo veel mogelijk volume in zo weinig mogelijk buitenwand zit verpakt. Een compact huis is niet alleen goedkoper in de constructie, ook in het energieverbruik scoort het beter, want hoe kleiner de oppervlakte van de buitenmuren, hoe minder oppervlakte waardoor er warmte verloren kan gaan. Een rijwoning met hetzelfde volume en dezelfde isolatiediktes en luchtdichtheid heeft 30% minder verwarmingskosten dan een vrijstaande woning. Een vrijstaande woning heeft immers vier buitenmuren waardoor de warmte kan verdwijnen, een rijwoning maar twee.

Een woning met verdiepingen is compacter dan een bungalow met hetzelfde volume.

Doordacht grondplan

Een duurzaam ontworpen woning profiteert maximaal van de gratis energie van de zon. Als de zithoek, eethoek en keuken zoveel mogelijk naar het zuiden zijn gericht, en de zuidgevel open wordt gemaakt met grote raampartijen, kan de lage winterzon tot diep in de woning schijnen en zo zorgen voor gratis warmte en licht. Weinig gebruikte, onverwarmde ruimtes zoals berging, garage, wasplaats en inkom bevinden zich bij voorkeur aan de noord- en westzijde.

Aangezien daar een minder hoge temperatuur nodig is dan in de woonvertrekken, spelen ze de rol van bufferzones. Een prima plaats voor de slaapkamers is de zuidoostkant: zo genieten ze ’s ochtends van de zon, en tegen de avond zijn ze afgekoeld. In het beste geval zitten er in de noordgevel zo weinig mogelijk ramen. Ramen zijn immers de eerste oorzaak van warmteverlies.

Niet te groot, niet te klein

Een duurzame woning is aangepast aan je leef- en gezinssituatie. Een te grote woning betekent verspilling van energie, want elke vierkante meter moet worden verwarmd. Een te grote woning betekent ook verspilling van materialen. Elke vierkante meter moet bovendien worden onderhouden.

Bouw je anderzijds een woning die te klein is, dan heb je minder leefcomfort, en zal je later misschien moeten bijbouwen.

Duidelijk ingedeeld

Een woning met een ‘open plan’, zeker met een ‘vide’ naar een hoger gelegen verdieping, is moeilijker te verwarmen dan een woning met een duidelijke indeling in kamers. Probeer je woning te verdelen in kleinere deelruimtes die je kan afsluiten. Zo hoef je niet altijd je hele huis te verwarmen.

Aanpasbaar

Duurzaam bouwen betekent ook dat je een huis laat ontwerpen met het oog op later. Ooit gaan de kinderen het huis uit, word je misschien minder mobiel, of gaat trappen doen moeilijker. Op dat moment moet je zonder al te grote kosten en zonder veel materiaalverlies de kamers kunnen aanpassen. Een duurzaam ontwerp houdt daarmee rekening. Het vermijdt bijvoorbeeld grote niveauverschillen, en voorziet op de gelijkvloerse verdieping een ruimte die als slaapkamer dienst kan doen.

Zonder veel hoekjes en kantjes

Een duurzame woning heeft een eenvoudige vorm, zonder veel hoekjes en kantjes. Zo’n woning kost minder aan materialen en werkuren dan een woning met dezelfde oppervlakte maar met veel uitsteeksels en instulpingen. De meerkost voor een dikker isolatiepakket is lager, en doordat er minder hoeken en insprongen moeten worden afgewerkt, bespaar je op de werkuren.

Zonder koudebruggen