In de eerste week van februari publiceerde het Internationaal Klimaatpanel van de Verenigde Naties een studie die aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Het rapport waarschuwde dat de globale temperatuur nog deze eeuw met minstens 1,1°, maar mogelijk zelfs met 6,4° zal stijgen.

Elf van de afgelopen twaalf jaar behoorden tot de warmste sinds het begin van de waarnemingen in de eerste helft van de 19de eeuw. De opwarming van de aarde kan met andere woorden nog moeilijk ontkend worden. Ze is met 'grote waarschijnlijkheid' aan het ingrijpen van de mens te wijten. De mogelijke gevolgen van de opwarming klinken ronduit onheilspellend: een stijging van het peil van het zeewater met maximaal een halve meter, orkanen, zware neerslag in de ene regio en watergebrek in een andere regio enzovoort.

Wat zijn de harde feiten?

Aan de ene kant heeft de wereldeconomie een paar tandjes bijgezet, hoofdzakelijk als gevolg van de explosieve economische groei in landen als China, India, Brazilië en Rusland. Op zich is daar niets mis mee, ook wij hier in het westen profiteren van de opkomst van de emerging markets. Zo zijn veel producten bijvoorbeeld goedkoper geworden.

Het schoentje wringt echter op het vlak van energiebeleid, waar een tweeledig probleem opduikt. Op de eerste plaats dreigen de fossiele brandstoffen, waar we bij wijze van spreken verslaafd aan zijn, in versneld tempo opgebruikt te raken. Daarnaast werken die klassieke brandstoffen, hoe men het ook draait of keert, polluerend. De hele discussie rond de Kyoto-norm spreekt daar boekdelen over. Of we het graag horen of niet, de CO2-uitstoot zal naar omlaag moeten.

De roep om (meer) kernenergie is de afgelopen jaren weer toegenomen, onder andere ook onder invloed van de gestegen olieprijzen. Het bouwen van nieuwe kerncentrales is echter geen valabel alternatief, zeker niet op wat langere termijn. De ramp in Tsjernobyl in 1986 bezorgt energiespecialisten nog steeds nachtmerries. Kernenergie is dus zeker geen pasklare oplossing, ook al omdat de specialisten het er na al die jaren nog niet over eens zijn wat er met het afval van de kerncentrales moet gebeuren.

Ga terug naar boven


Kiezen of delen

Het wordt dus kiezen of delen: ofwel stappen we over op minder vervuilende energiebronnen, ofwel worden we eerder vroeg dan laat met vervelende problemen geconfronteerd. Bewust spreken we hier gematigde taal door het woord 'rampen' niet in de mond te nemen. Doemdenken heeft immers weinig zin. Veel belangrijker is dat er iets gebeurt.

Deze wetenschap is ook doorgedrongen bij de decision makers. In de eerste helft van januari legde de Europese Commissie een uitgebreid pakket aanbevelingen voor met betrekking tot een 'ander' energiebeleid. De EC wil dat Europa in 2020 ongeveer een vijfde van zijn energie uit hernieuwbare bronnen haalt. Momenteel is dat slechts 6%. Bovendien moeten biobrandstoffen tegen dezelfde datum goed zijn voor een marktaandeel van 20%. Europa wil daarnaast ook nog dat we zuiniger gaan omspringen met de beschikbare energie. Uiteraard moet de overstap geleidelijk aan gebeuren. In de overgangsfase is er zeker nog plaats voorzien voor kernenergie. Bij het sluiten van de kerncentrales mag daarenboven de CO2-uitstoot niet toenemen, wel integendeel.

Ga terug naar boven


Kyoto

Er zijn heel wat facetten verbonden aan het Europees energiebeleid. Het terugduwen van de CO2-uitstoten kadert echter in een globaal geheel. Over die CO2- we praten dan uiteraard over de Kyoto-norm - is het laatste woord echter nog niet gevallen. De bewuste norm werd ingevoegd in 1997 naar aanleiding van de klimaatconferentie die in de Japanse stad Kyoto georganiseerd werd.

De industrielanden gingen akkoord om de uitstoot van CO2 tussen 2008 en 2012 met 5% te verlagen. Probleem is echter dat de Verenigde Staten, uiteraard een belangrijke pion op het CO2-schaakbord, het protocol niet hebben willen ondertekenen. Daarnaast heeft de boom van de Chinese economie geleid tot meer en niet minder CO2-vervuiling. Dit maar om aan te geven dat het probleem niet zomaar op één, twee, drie valt op te lossen.

Ga terug naar boven


Alternatieven?

Hetzelfde geldt trouwens voor de overstap naar alternatieve energiebronnen. Er zijn heel wat alternatieven beschikbaar/mogelijk, maar dikwijls staan die nog in de kinderschoenen. Het valt momenteel moeilijk te zeggen welke bron de beste toekomstperspectieven biedt. Misschien moeten we ons over die vraag zelfs het hoofd niet breken. In de toekomst gaan we hoogstwaarschijnlijk van meerdere energiebronnen afhankelijk zijn, eerder dan van één enkele. Het is een boeiend pad dat we zijn ingeslagen, maar wel eentje dat met hindernissen is bezaaid.

Eén van die alternatieve energiebronnen is water. Vooral in bergachtige gebieden kunnen waterkrachtcentrales op rivieren een belangrijke alternatieve energiebron vormen. Water is echter een erg wispelturig element, zoals we verderop gaan zien. Sommige delen van de wereld verzinken af en toe in het water, terwijl andere regio's met een schrijnend tekort aan (drinkbaar) water geconfronteerd worden. Aan het waterprobleem zijn dus twee facetten verbonden: water als energiebron maar ook en vooral als levensnoodzakelijke drinkwater.

Ga terug naar boven


<< Vorige | Naar overzicht | Volgende >>