Een studie beweert dat er sinds 1973 geen echte nieuwe ideeën meer zijn geweest op het vlak van management. Maar er zal altijd een markt zijn voor herwerkingen.

Pech, Charles Handy. Pech, Tom Peters. Pech, James Champney en Michael Hammer. Pech, Arie de Geus. Pech voor zowat iedereen die momenteel nadenkt over management. Niemand van jullie heeft in zijn volledige loopbaan één enkel nieuw managementidee van enig belang ontwikkeld.

Het laatste echt nieuwe en belangrijke managementidee dateert van 1973. Sindsdien is er alleen nog maar gerecycleerd.

Laat me wat uitleg geven voor jullie boze e-mails beginnen te sturen. Die visie komt van professoren van 28 belangrijke business schools in de VS. Aan elk van die professoren werd gevraagd om de tien belangrijkste managementideeën aller tijden te geven en het boek waarin die voor het eerst werden weergegeven.

Het resultaat is een lijst boeken die begint bij Frederick Taylor in 1911 en eindigt bij Henry Mintzberg. Zijn boek The nature of managerial work verscheen in 1973.

Dat lijkt heel slecht nieuws te zijn voor alle denkers op het vlak van management. Het suggereert dat ze massaal ander werk moeten gaan doen. Ze kunnen manager worden als ze daartoe in staat zijn. Of ze kunnen voortaan in een ander academisch domein werken.

Maar dat zegt die studie in feite niet. Dat de grote managementideeën al enige tijd bedacht zijn, viel te verwachten. Daarin is het management geen uitzondering. In vele studiegebieden werden de meeste grote ideeën al een hele tijd geleden bedacht. Als je zou vragen naar de grootste boeken ooit op het vlak van geschiedenis of literaire theorie of naar de grootste romans, zou je ontdekken dat de meeste lang voor 1973 werden gepubliceerd.

Wat het bij management zo eigenaardig maakt, is dat dit een vrij nieuw onderwerp is. Toen de klassieke managementwerken werden geschreven, was dat een studiegebied waar weinig mensen mee bezig waren. Nu schrijft iedereen boeken over management.

Er lijkt een omgekeerd evenredig verband te bestaan tussen het aantal mensen dat zich aan die studie wijdt en de kwaliteit van de werken. De reden daarvoor is dat de waarheden over management en organisaties niet heel diep liggen. Ze zijn vrij voor de hand liggend en onveranderlijk. Wat zestig jaar geleden gold voor mensen, organisaties, motivatie en leiderschap, geldt nog altijd grotendeels.

Maar dat betekent niet dat er niets meer valt te zeggen. Hoewel het idee zelf niet origineel is, kunnen er veel goede boeken worden geschreven die het idee uitleggen, interpreteren en toepassen op een bepaalde plaats of periode.

Er zal altijd een markt zijn voor oude ideeën in een nieuw jasje. Net zoals er altijd een markt zal zijn voor nieuwe, onbenullige en trendy ideeën. Management laat zich leiden door mode en de appetijt voor het juiste boek op het juiste moment is buitengewoon.

Het is niet duidelijk hoeveel leven er nog zit in de klassieke boeken die de professoren beweren te vereren. Van de tien boeken zijn er acht niet meer te krijgen. Dit is een buitenkans voor uitgeverij Worthing Brighton Press, die de enquête heeft gevoerd. Die wil de boeken nieuw leven inblazen door ze te laten samenvatten door moderne experts in management en ze te laten vertalen in moderne managementtaal.

Dat gaat me te ver. Het boek Work and the nature of man van Frederick Herzberg kreeg de nieuwe titel: How to achieve breakthrough results through targeting motivation. Dat klinkt niet aanlokkelijk. Boeken in dat soort taal worden vast nooit klassiekers. Het is misschien veel beter om de klassieke werken opnieuw te drukken. Als ze zo goed zijn, zullen ze het petje van de moderne manager niet te boven gaan.