Zeven jaar gelden was het bedrijf nog een gevangene van zijn thuismarkt. Sindsdien heeft het voor een slordige 2,8 miljard dollar collega's gekocht, meestal in de zogeheten groeimarkten: Centraal-Europa, Rusland, Zuid-Oost-Azië. Anno 2001 is de brouwerij een conglomeraat geworden van 85 brouwerijen in 23 landen. Deze omschrijving zou bij Interbrew kunnen passen. Maar het gaat om South African Breweries, de vijfde grootste bierproducent van de wereld en ,,studieobject'' van de Leuvense multinational.

Een agressieve speler, die steunt op een lokale aanpak en zijn managers de wereld rondstuurt. Net als Interbrew. Nog iets heeft South African Breweries (SAB) met Interbrew gemeen. Het laat zich niet afschrikken door strategische muizenissen. Voor een mooie overname is het bij wijze van spreken nooit te beroerd. Het zal allicht toeval zijn, maar gisteren, een dag na de heisa over een mogelijk overnamebod van Interbrew, presenteerde Graham MacKay, de man met het laatste woord bij SAB, zijn nieuwste verovering. De enige brouwerij van Honduras kostte veel geld, 537 miljoen dollar, maar het levert SAB wel het marktleiderschap op in Centraal-Amerika. Daarnaast komt er een joint venture in het buurland El Salvador.

Latijns-Amerika is onontgonnen terrein voor SAB. Maar het manoeuvre was niet geheel onverwacht. Er was in de loop van de week al druk gespeculeerd over een overname in de groeimarkt. Al wezen de meeste vingers in de richting van Kaiser, een grote Braziliaanse brouwerij. En de Cerveceria Honduresa was al evenmin de enige scalp die MacKay dit jaar kon voorleggen. Eerder op het jaar zette SAB voet aan de grond in Roemenië, Uganda en India. In China werd er drie nieuwe brouwerijen geopend. Op het Afrikaanse continent, de historische achtertuin van het bedrijf, werd een opmerkelijke alliantie afgesloten met Pierre Castel, de Parijse ondernemer die grote delen van Franssprekende Afrikaanse biermarkt controleert.

South African Breweries heeft een natuurlijk gevoel voor risico. Amper twee jaar na de stichting van de brouwerij -- in 1895 als huisleverancier voor de goudmijnen van Johannesburg -- trok het bedrijf al naar de beurs. Dat was niet minder dan een primeur voor een bedrijf dat niet tot de mijnsector behoorde. Vanaf het eerste jaar maakte de brouwerij winst. En SAB is er trots op dat het sindsdien geen enkel jaar verlies heeft gemaakt.

Maar SAB bleef in het grootste deel van de volgende eeuw een exclusief Zuid-Afrikaanse aangelegenheid. Met het pilsbier Castle als vlaggenschip veroverde het de thuismarkt. Pas na de val van het apartheidsregime verkende SAB andere oorden. Eerst in de buurlanden en de Engelssprekende Afrikaanse landen in het algemeen. Later ook in Centraal-Europa en Zuidoost-Azië. SAB kocht brouwerijen in Polen, Hongarije, Slowakije. Het pièce de résistance kwam er in 1999. Toen kocht SAB het Tsjechische merk Pilsner Urquell, de moeder van alle pilsbieren. In datzelfde jaar koos het bedrijf de beurs van Londen als thuishaven.

Het waarmerk van SAB is de ijzersterke managementreputatie. Zo slaagden de Zuid-Afrikanen erin een twijfelachtige markt als Tanzania in twee jaar winstgevend te maken. Ook in Polen, waar SAB de grootste brouwer is, kwam de turnaround er verrassend vlug. Bovendien is SAB de enige buitenlandse brouwer in China die erin geslaagd is kritische massa te verzamelen, zonder de eigen rentabiliteit uit het oog te verliezen. SAB heeft er vandaag 14 brouwerijen. In het dichtbevolkte Noord-Oosten van China dragen twee op drie gedronken biertjes een Zuid-Afrikaanse stempel. Dat is geen klein bier. Van China wordt verwacht dat het dit jaar de Verenigde Staten verdringt als grootste biermarkt van de wereld.

Maar SAB heeft ook gebreken. Er is de moeilijke thuismarkt. De Zuid-Afrikaanse rand verliest tegen een ijzingwekkend tempo terrein tegenover de dollar en de euro. En omdat het bedrijf zijn hoofdzetel twee jaar geleden naar Londen verhuisde, en alle cijfertjes in Amerikaanse dollar rekent, is dat een pijnlijke zaak. De stevige winsten die in het land gegenereerd worden -- ondanks een licht dalend bierverbruik -- worden zwaar aangetast door de muntomrekening. Bij de voorstellingen van de halfjaarresultaten werd dat nog eens pijnlijk duidelijk. De duikvlucht van de Zuid-Afrikaanse munt deed het bedrijfsresultaat met 4,9 procent dalen.

En er is de aids-epidemie die steeds wilder om zich heen grijpt. Mede door het weinig doeltreffende regeringsbeleid valt de demografische dynamiek van het land nagenoeg stil. De verwachte jaarlijkse bevolkingsgroei tot 2005 werd onlangs nog bijgesteld van 1,9 tot 0,6 procent. Dat betekent uiteraard ook minder nieuwe bierdrinkers.

Maar ondanks die twijfels blijft Zuid-Afrika de belangrijkste markt voor SAB. De brouwerij heeft er een quasi-monopolie. Na een half jaar bedrijvigheid in het lopende boekjaar tekende het thuisland nog voor 40 procent van de bedrijfswinst. En bovendien heeft heeft het harde Afrikaanse klimaat SAB gestaald. De brouwerij geldt in de sector als één van de meest efficiënte in haar soort. Sinds 1994 steeg de brutomarge van 19 procent naar een robuuste 28 procent in 2001.

Interbrew mag dan een patent hebben genomen op het predikaat, The World's Local Brewer, ook SAB draagt de principes act local, think global hoog in het vaandel.

Maar één ding heeft Interbrew voor op SAB, zeggen de meeste waarnemers. De Belgische groep heeft een aantal merken in huis die potentieel hebben om het te maken in een hele waaier van landen. Hoewel Stella de status van global brand nog moet bewijzen, heeft de brouwerij goede ervaringen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Met Beck's verwerft Interbrew binnenkort een merk dat al over een internationale uitstraling beschikt. Afgezien van Pilsener Urquell, dat het niet onaardig doet op de Duitse markt, heeft SAB geen internationaal premium -merk.

,,Draai de Interbrew-merken door de kanalen van South African Breweries en je hebt zonder twijfel een winnende combinatie'', zegt Gerard Rijk die de biersector volgt voor ING Barings. Dat de twee groepen bij elkaar passen, is voor hem ,,bijna een evidentie''. ,,Geografisch vullen ze elkaar goed aan. Behalve in Hongarije en Tsjechië, twee belangrijke markten in Centraal-Europa, is er niet al te veel overlapping. In Polen bijvoorbeeld, heeft SAB een fantastische brouwerij. En ook in Rusland zou een fusie tussen de twee een goede zaak zijn.''

Interbrew en SAB lijken op elkaar, vindt Rijk. ,,Het zijn allebei agressieve, dynamische bedrijven. De stijl van Interbrew pas veel beter bij SAB dan die van Scottish & Newcastle. Dat is toch meer een oudemannenclub.''

Het perslek vindt Rijk ,,een vreemd verhaal.'' Maar dat Interbrew SAB onderzoekt, vind hij een heel normale zaak. ,,Meer nog, ik zou zelfs bijzonder ontgoocheld zijn, mochten ze het niet doen. Geloof me: binnen dit en twee jaar is de kans op een samengaan van twee grote spelers uit de biersector honderd procent.''