Iedereen moet een tijdje branden in de hel

Harry De Neus, de man die An en Eefje vond


Met gezond verstand, een prikstok en zijn reukorgaan speurde Harry Jongen, de man die An Marchal en Eefje Lambrecks vond, dertig jaar lang naar lijken. Over zijn macabere vak schreef hij het boek De Neus: ,,Om uit te leggen dat ik niet zo'n rare kwast ben die aan lijken snuffelt.''

Het is 3 september 1996, halftwaalf. De rue Daubresse in het Waalse Jumet staat vol journalisten, fotografen, cameramensen en buurtbewoners. Ondanks de mensenzee is het merkwaardig stil. Rijkswachtwoordvoerder ...

Niet te missen