Het jaar 1964. Over Louis Paul Boon.

,,In de volière van de Vlaamse literatuur hokken vele soorten vogels, het meest huisduiven, enkele protserige pauwen, hier en daar een bedeesde korhoen van een dichter, en dat alles zingt, helaas, zoals het gebekt is en legt zijn eieren.''

Aldus Hugo Claus in 1964, in een hommage aan Louis Paul Boon, want daarop volgde meteen: ,,De witte raaf in dit gezelschap is LouisPaul Boon.'' Met daarbovenop: ,,Men leest regelmatig en jonge literatoren zullen het met klem beweren: Boon is onze belangrijkste schrijver. Dit is hij.'' (Het staat allemaal in nummer 30 van de Monografieën over Vlaamse letterkunde.)

In datzelfde jaar, op woensdag 13 mei 1964, fladdert Boon zelf in een mooi, wat ontypisch boontje rond in genoemde voliere van de Vlaamse literatuur. Het NVT-gezelschap heeft net de Arkprijs uitgereikt, en Boon werpt bij die gelegenheid een mild-ironische blik op zijn collega's.

,,De tafels staan in een hoefijzer opgesteld en Herman Teirlinck zit steeds in het midden, zodat hij aanblik heeft op het stadhuis van Brussel. De zon flitst in zijn bril terwijl hij praat, en hierdoor weet ge nooit ...

Niet te missen