In 1971 organiseerde Klaus Schwab, hoogleraar bedrijfsbeheer aan de universiteit van Genève, in Davos een conferentie voor Europese zakenlui om over het zakenleven te praten. Dat werd een jaarlijkse traditie onder de naam European Management Forum. In 1987 werd de naam veranderd in World Economic Forum.

Het WEF is nu een stichting zonder winstoogmerk. Het omschrijft zichzelf als een 'uniek platform voor vooruitgang op het vlak van de moeilijkste problemen waar de wereld van vandaag mee kampt'. Er werken 302 mensen voor het WEF, dat gevestigd is in Cologny, een voorstad van Genève. Vorig jaar had het WEF een omzet van 135,6 miljoen Zwitserse frank (90,5 miljoen euro). Het WEF heeft een apart filiaal in de Verenigde Staten, met vorig jaar een omzet van 19,2 miljoen dollar (14,9 miljoen euro).

Er zijn ongeveer duizend grote bedrijven lid van het WEF, voornamelijk multinationals met een omzet van meer dan 5miljard dollar. Daarnaast zijn er ook tweehonderd kleinere bedrijven lid, vooral uit de ontluikende economieën. Lidmaatschap kost 42.500 Zwitserse frank (28.380 euro) per jaar. Deelname aan de jaarvergadering in Davos kost nog eens 18.000 Zwitserse frank (12.000 euro) per persoon. Sommige bedrijven hebben ervoor gekozen om partner van het WEF te worden. Dan spelen ze een grotere rol bij de initiatieven van het WEF. Partners betalen 250.000 Zwitserse frank (167.000 euro) per jaar, strategische partners het dubbele. Er zijn zo'n honderd strategische partners, waaronder Coca-Cola, Deutsche Bank, Audi, Microsoft, ArcelorMittal, Nestlé, Renault en Volkswagen.

Behalve de jaarvergadering in Davos vinden er nog enkele kleine bijeenkomsten van het WEF plaats. Dit jaar zijn dat er vier: in april een Forum over Latijns-Amerika in Rio de Janeiro, in mei een forum over het Midden-Oosten in Jordanië, en in juni een forum over Afrika in Kaapstad en een forum over Oost-Azië in Seoel.

Het WEF geeft ook een reeks rapporten uit, waarvan het Global Competitiveness Report het bekendst is.