De arbeidsrechtbank van Tongeren heeft twee arbeiders die jarenlang bediendewerk hebben gedaan zonder dat statuut te krijgen, gelijk gegeven in hun geschil met Ford Genk. Het vonnis kan verstrekkende gevolgen hebben voor Ford Genk, waar ruim 100 arbeiders in een vergelijkbare situatie zouden zitten. Ook in andere bedrijven zouden arbeiders in een bediendefunctie dit als precedent kunnen gebruiken.

De arbeidsrechter acht het bewezen dat de twee werknemers bediendewerk deden, op de personeelsdienst, terwijl ze al die tijd de loon- en arbeidsvoorwaarden van een arbeider hadden.

De rechter volgde de argumentatie van Ford niet dat het bedrijf zijn eigen regels heeft om te bepalen wanneer iemand een arbeider is of een bediende. De arbeidsrechtbank stelt dat het onderscheid zoals het in de wet is opgenomen – iemand doet handenarbeid dan wel hoofdarbeid – ook geldt voor Ford.

De uitspraak van de rechter betekent dat de twee werknemers recht hebben op de bijpassing van het loon en andere voordelen (aanvullend pensioen, vakantiegeld) die ze al die tijd zijn misgelopen. Volgens een berekening van hun raadsman gaat het om een bedrag van respectievelijk 600.000 en 450.000 euro.

De directie van Ford Genk wijst erop dat het om een tussenvonnis gaat en dat de gevorderde bedragen kant noch wal raken.

De rechterlijke uitspraak komt op een bijzonder delicaat moment. De harmonisering van de statuten van arbeiders en bedienden staat hoog op de agenda van de onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers. De sociale partners hebben beloofd om uiterlijk tegen midden 2011 knopen door te hakken in dit al jaren aanslepende dossier.