Er zijn in Vlaanderen nog 410.000 bouwgronden beschikbaar. In theorie.

Vastgoed

In totaal blijft in Vlaanderen bijna 60.000 hectare aan bouwgronden ongebruikt. Driekwart van de bouwpercelen is in handen van particulieren. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Joke Schauvliege (CD&V) opvroeg bij minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (Open VLD). 'Het moet nu wel duidelijk zijn dat er aan de schaarse resterende open ruimte in Vlaanderen niet meer geraakt kan worden', besluit zij daaruit.

'Zo veel mogelijk slapende gronden in handen van particulieren en promotoren moeten weer op de bouwmarkt belanden, zodat de prijzen niet verder de pan uitswingen.' Ze wil de eigenaars daarom 'fiscaal stimuleren' om hun percelen op de markt te brengen, te verkopen dus.

Die cijfers hebben niet meer dan een theoretische waarde, zegt Van Mechelen. Eerst en vooral zitten in die 60.000 hectaren ook bijna 18.000 hectare woonuitbreidingsgebieden. Daar kan pas gebouwd worden als er geen andere gronden meer beschikbaar zijn.

'Bovendien horen veel van de percelen waarover het hier gaat eigenlijk niet thuis op een lijst van bouwgronden. Ik denk bijvoorbeeld aan bouwgronden die in een verkaveling worden gebruikt als park of speelplein.' En heel wat Vlamingen wonen eigenlijk al decennia op twee kavels die niet zomaar uit elkaar kunnen getrokken worden, en hebben er hun moestuintje aangelegd.

'En dan zijn er nog de percelen die niet bebouwbaar zijn omdat ze in een overstromingsgebied liggen (samen goed voor 6.000 hectare, zegt de Vlaamse Confederatie Bouw), omdat er geen wegeninfrastructuur is of omdat ze overlappen met andere bestemmingen zoals bos, biologisch waardevolle landschappen,...'

Vorig jaar bleek uit een steekproef, waarbij in 140 gemeenten werd nagegaan wie eigenaar is van meer dan tien percelen bouwgrond, dat de grootgrondbezitters vooral overheden zijn. Gemeenten, OCMW's, sociale huisvestingsmaatschappijen, het Vlaams gewest, de Federale overheid, intercommunales, kerkfabrieken,... hebben op die manier samen 74 procent van alle gronden in handen.

'Daarom', zegt Van Mechelen, 'wil ik dat overheden die gronden in hun bezit hebben, ze op de markt brengen. Ik wil Jan Modaal die één perceel bouwgrond op overschot heeft, niet bestraffen. Ik wil wel dat grootgrondbezitters als gemeentes, OCMW's, kerkfabrieken, huisvestingsmaatschappijen het goede voorbeeld geven.'

De herziening van het decreet Ruimtelijke Ordening zit nu in de laatste fase van de politieke onderhandelingen. Gemeenten zullen een precieze inventaris moeten opstellen van de bouwgronden en daarbij het onderscheid maken tussen particulier en openbaar bezit. Dan volgt een actieprogramma om de gronden in openbaar bezit 'geleidelijk maar snel' op de markt te brengen. (lc)