De regering heeft een ambitieus actieplan klaar om de sociale en de fiscale fraude te bestrijden.

Fraude

Van onze redacteur



'Ons land presteert nu heel slecht op het gebied van fraudebestrijding', zegt premier Yves Leterme (CD&V). 'Het buitenland bewijst dat je fraude wel degelijk kan terugdringen. Er is dus geen reden waarom dat in België niet zou kunnen.'

Het was drie maanden geleden wel even schrikken voor staatssecretaris Carl Devlies (CD&V), die bevoegd is voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Toen hij de topambtenaren van Financiën, de Sociale Zekerheid, de Nationale Bank, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, Justitie, Politie en Gerecht voor het eerst samenbracht, bleken verscheidene van die heren elkaar nog nooit te hebben ontmoet. Laat staan dat ze ooit samen hebben gewerkt.

De juiste omvang van de fraude is volgens de regering moeilijk te becijferen, zegt Devlies, maar België is door zijn centrale ligging 'erg gevoelig' voor nieuwe vormen van fraude.

De regering maakt van de strijd tegen de sociale en de fiscale fraude een prioriteit omdat fraude steeds ten koste gaat van werkgevers en werknemers die de wet wel respecteren.

'Het kan toch niet', zegt minister van Economische Zaken Vincent Van Quickenborne (Open VLD), 'dat sommige mensen met een minimuminkomen met een luxewagen kunnen rijden zonder dat iemand daar vragen bij stelt?' Maar doordat de inkomensgegevens waarover de fiscus beschikt niet vergeleken worden met de gegevens van de DIV, de Dienst Inschrijving Voertuigen, komen zulke situaties nu maar occasioneel aan het licht.

Na drie maanden vergaderen hebben de topambtenaren, politiemensen en magistraten een inventaris gemaakt van alle beschikbare gegevensbanken en wat ervan verwacht kan worden. Er werden ook tal van, vaak heel eenvoudige, ideeën uitgewisseld om die gegevens te koppelen.

Zo zal de strijd tegen fictieve domiciliëring in het buitenland aangepakt worden door de recentste gegevens over verhuizingen te kruisen met sociale databanken waaruit blijkt waar de betrokkenen tewerkgesteld zijn.

Voor zover wettelijk mogelijk zal de toegang tot de databanken uitgebreid worden naar andere administraties. Als die toegang niet geregeld kan worden met een gemotiveerde aanvraag, zullen er wetgevende initiatieven komen. De 'internationale normen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer' gelden daarbij volgens Devlies als uitgangspunt. Insiders geven wel aan dat sommige ideeën die nu op tafel liggen al op de rand van het wettelijke balanceren.

Om de gegevensuitwisseling praktisch mogelijk te maken, komen er geen nieuwe structuren, zegt Devlies, het wordt een integrale aanpak over de ministeries en controlediensten heen. Daarom ook zal de hele operatie weinig extra kosten meebrengen, zeggen Devlies en Leterme.

Naast de verbetering van de gegevensuitwisseling komen er nog een vijftigtal actiepunten zoals de invoering van een centraal strafregister voor rechtspersonen, van een register van personen met een beroepsverbod, de uitbreiding van de kruispuntbank met de vrije beroepen en feitelijke verenigingen, controle op fictieve maatschappelijke zetels en systematisch gebruik van risicoanalyses. Er zal ook een sociaal strafwetboek worden ingevoerd.

Devlies laat zich niet vastpinnen op concrete bedragen. Voor dit jaar verwacht hij nog geen grote resultaten. De daarop volgende jaren wordt het net rond de georganiseerde en ook de individuele fraude echter fors aangehaald en moeten er snel resultaten komen.