Wie had gedacht dat Kabouter Plop zijn boeken zélf schreef? Ik alvast niet. Ik ken de kabouter als een personage van Studio 100, uiteraard, dus toen zijn naam op mijn scherm tevoorschijn floepte, terwijl ik net als duizenden lezers van De Standaard de ‘hoeveel auteurs kent U?’-test van de Universiteit Gent invulde, dacht ik: ‘Mij gaan jullie niet hebben.’ Maar zie. Toen mijn resultaten bekend gemaakt werden, stond Plop in het lijstje van auteurs die ik niet herkend had.

(Die test vindt u hier.)

Ik was niet de enige die daar zijn wenkbrauwen bij fronste. Een andere deelnemer – een boekhandelaar met een lange staat van dienst – morde dat hij Luc Coorevits ‘niet herkend’ had als auteur. Luc Coorevits is de directeur van Behoud De Begeerte, organisator van literaire producties als Geletterde Mensen en Saint Amour.

‘Mijn excuses,’ schreef de lezer, ‘maar daarvoor zit ik net iets te lang in het boekenvak. Als Luc (ofschoon hij veel betekent voor de Nederlandstalige letteren) gerekend wordt tot de auteurs is er een en ander mis met de test van het Centrum voor Leesonderzoek van de Universiteit Gent en de Stedelijke Openbare Bibliotheek Gent.’

Nog andere deelnemers klaagden over de grote hoeveelheid namen van mensen die slechts met zeer veel moeite ‘auteur’ kunnen worden genoemd. Een gepensioneerde onderwijzer bv. die, afgaand op zijn website, een bevredigende vrijetijdsbesteding heeft gevonden in het schrijven en regisseren van amateurtoneel, en die daarnaast één boekje heeft uitgegeven over het leven van een Bijbelfiguur. Of een al even gepensioneerde man, over wie zijn eigen website meldt: ‘Mijn acht kleinkinderen schenken me veel vreugde en inspiratie voor mijn gedichten. Ik kwam in 1994 in contact met haiku door een artikel van Paul Berkenman in De Standaard. Nog hetzelfde jaar nam ik een abonnement op Vuursteen en sloot mij aan bij de haikukern De Fluweelboom. Ik ben alle leden dankbaar voor de vriendschappelijke sfeer en voor de hulp die ik kreeg en nog krijg bij het mij eigen maken van het genre.’

Sympathiek als het is, het spoort niet met de meer professionele associaties die het woord ‘auteur’ oproept bij vele lezers, en ook bij mezelf – de auteur als iemand die zijn brood verdient met het schrijven van boeken, of daar in ieder geval een zekere faam mee verworven heeft.

Als ik het persbericht van de Universiteit Gent goed lees, dan heeft de unief dezelfde commentaren gekregen als ik.

Crowdsourcing

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om een test die werd ontworpen door de redactie van De Standaard. (Zoals bv. wel het geval is met de Actuaquiz.) Maar de site heeft lezers wel actief opgeroepen om eraan deel te nemen, middels het enthousiast getitelde ‘Hoeveel auteurs kent u? Doe de test!’ op De Standaard Online van 25 september (met bijhorende link onderaan). Die oproep is ook massaal opgevolgd: een dag na de lancering hadden al twintigduizend mensen deelgenomen, vertelde ontwikkelaar (en professor in de experimentele psychologie aan de UGent) Marc Brysbaert me. Drievierde daarvan kwam via De Standaard. Om die reden heb ik het alsnog op me genomen om professor Brysbaert te vragen: wat testte die test nu eigenlijk?

‘Ik begrijp de frustratie van de deelnemers ten volle’, antwoordt hij me. ‘Mensen denken van zichzelf dat ze veel van boeken kennen, en dan nemen ze deel aan een auteurstest waaruit blijkt dat ze niet eens 10% van de namen herkennen.’

‘Maar we zitten hier met een klassiek probleem. Het is niet zo eenvoudig objectief te bepalen wie van de mensen die ooit één boek hebben gepubliceerd, ‘auteur’ is, en wie niet. Dus hoe hebben we dat concreet aangepakt? Ik heb aan de Stedelijke Openbare Bibliotheek Gent gevraagd of ze me een lijst konden geven met alle auteurs van fictiewerken die in de open rekken staan (dus nog uitgeleend kunnen worden). Hierbij hebben we geen verdere beperkingen gemaakt, zodat auteurs van strips en kinderboeken er ook bij kwamen. Het was wel even slikken toen dit een lijst van vijftienduizend namen opleverde! Maar dat is nu eenmaal wat je kunt ontlenen (en opzoeken) in de cataloog van de Bibliotheek in Gent.’

Dat verklaart alvast waarom Luc Coorevits en Kabouter Plop in de lijst staan: Coorevits staat in de catalogus vermeld als auteur (maar eigenlijk is hij de samensteller) van twee boeken met ‘de beste teksten uit’ producties van Behoud De Begeerte. En de boekjes van Plop verschijnen zonder auteur, waardoor ze in de catalogus onder de reekstitel gearchiveerd werden.

‘Maar namen die “dubieus” zijn, zoals deze, hebben in se weinig invloed op het resultaat’, vervolgt Brysbaert. ‘We vermenigvuldigen het aantal auteurs die iemand wél kent, met 230, om te kunnen zeggen: “Jij kent ongeveer zoveel auteurs.” Die paar auteurs die verkeerd toegewezen zijn, hebben dus niet zoveel effect.’

(Waarom 230? Omdat men de 15,000 auteurs die in de bibliotheek van Gent aanwezig waren, onderverdeeld heeft in 230 lijsten van 66 auteurs. Men schat dus dat voor elke auteur die u herkent in lijst 1, u zeker ook één auteur zal herkennen in lijsten 2 tot en met 230.)

‘Ik ben het met jullie eens dat een verdere selectie wellicht goed zou zijn’, schrijft Brysbaert tot slot. Maar die gebeurt op basis van de resultaten van deze test: ‘Op basis van de antwoorden die we nu hebben, kunnen we een lijst maken met de tweeduizend best gekende auteurs. Daarmee zouden we een nieuwe test kunnen maken, die wellicht beter beantwoordt aan de verwachtingen van de lezers, en die dus ook motiverender werkt.’

Maar dan is de selectie dus gemaakt door middel van crowdsourcing, en niet door de willekeur van de individuele wetenschapper, die zelf beslist of haikuschrijver X nu al dan niet als ‘auteur’ erkend wordt.

Die nieuwe test zou mogelijk tegen de Boekenbeurs klaar kunnen zijn.