Verenigde Staten - Openingsuren
Foto: Roel Feys
Sommige winkels en restaurants in de Verenigde Staten zijn altijd open: zeven dagen op zeven, vierentwintig uur op vierentwintig. De enige dag van het jaar waarop de meeste handelszaken en eetgelegenheden gesloten zijn is kerstdag. Tot enkele jaren geleden waren winkels en restaurants eveneens gesloten op Thanksgiving, samen met Kerstmis de belangrijkste feestdag in Amerika, maar ondertussen zijn enkele winkelketens de hele dag geopend, terwijl andere ’s avonds na de Thanksgivingmaaltijd de deuren al opnieuw openen voor ‘Black Friday’, de jaarlijkse hoogmis van het shoppen. Ter verduidelijking, Thanksgiving valt op de vierde donderdag van november en hoewel Black Friday de dag nadien plaatsheeft, hollen sommige Amerikanen donderdagavond rond de klok van zes al naar Walmart of Best Buy voor de beste koopjes. Er zijn zelfs families die zover gaan om een heus strijdplan op te stellen om van winkelketen naar winkelketen te trekken waarbij ze bij elke keten proberen aan te komen precies wanneer de deuren open gaan. Gelukkig vinden veel Amerikanen dit te ver gaan, maar de parkings van deze ketens staan desondanks vol ’s avonds op Thanksgiving.

Het debat over de zondagsrust en de huidige beperkingen van de openingsuren wordt in België en de rest van Europa met de regelmaat van de klok gevoerd. De belangrijkste argumenten van voor- en tegenstanders zijn bekend. Pleitbezorgers van beperkte openingstijden en de zondagsrust zien deze als verworven sociale rechten die werknemers toelaten ten minste een dag per week niet te moeten werken, een dag waarop hun familieleden evenmin moeten werken, en waardoor ze niet op alle uren van de dag (en nacht) moeten arbeiden. Tegenstanders van de bestaande beperkingen op openingsuren en de zondagsrust beweren dat deze archaïsche regels in de weg staan van hogere inkomsten, bijkomende tewerkstelling en meer comfort voor de consument. In het huidige socio-economische klimaat, waarin woorden als ‘groei’ en ‘ondernemen’ als mantra’s worden herhaald, lijken de tegenstanders van beperkte openingsuren en de zondagsrust het pleit langzaam maar zeker in hun voordeel te beslechten. Ze worden daarbij nochtans niet altijd geholpen door sterke argumenten. De voorzitter van een regionale VOKA-afdeling formuleerde het een tiental jaar terug als volgt: “Flexibele openingstijden zullen er toch komen. Het is inherent aan onze maatschappij dat de consument steeds veeleisender wordt. Wie had enkele jaren geleden kunnen vermoeden dat nachtwinkels een concrete behoefte zouden invullen? In plaats van te proberen ‘heilige’ huisjes van de sloop te redden, laten we beter onze ondernemers doen waar ze het best in zijn: ondernemen.” Uit het feit dat iets er ‘onvermijdelijk’ toch zal komen besluiten dat we er dan maar beter haast mee maken is een drogreden die kan tellen, maar die desondanks veel populariteit geniet bij de vooruitgangsgezinde neoliberale medemens, denk onder meer aan de gegoede Uber-voorstander die er zelf niet aan denkt om vreemdelingen voor een appel en een ei rond te rijden in zijn wagen en aan de technologiegoeroe uit Silicon Valley die geheel onbaatzuchtig het eeuwige leven najaagt. Samen proberen te bepalen wat voor soort samenleving we willen en dan onze maatschappij daarnaar pogen in te richten is zo passé. (En daarbij veel te moeilijk, want dan moeten we met zijn allen godbetert een moreel debat beginnen voeren! Gekker moet het niet worden, zoals men dat in Nederland vaak zegt.) Veel beter is om lekker verder te ondernemen, dat is immers waar ondernemers het best in zijn, en dan zien we wel waar we uitkomen.

In de Verenigde Staten heeft zulk ongebreideld ondernemerschap dus geleid tot winkels en restaurants die 24/7 geopend zijn. Een gevolg hiervan dat doorgaans niet te berde wordt gebracht in de discussie over de versoepeling van de openingstijden is dit: beperkte openingsuren geven mensen een minimum aan structuur in hun leven, wat vooral belangrijk is voor zij die de grootste moeite hebben om hun leven in te richten. Wie weleens om een of twee uur ’s nachts naar Walmart of Waffle House is geweest, heeft kunnen vaststellen dat de aanwezige klanten geen doorsnede vormen van de Amerikaanse samenleving maar bijna uitsluitend mensen zijn die het sociaaleconomisch zeer moeilijk hebben. Als spoken waren ze door de gangen of zitten ze aan de tafels, enkelingen maar ook families met kinderen. Ze lijken onvrijwillige acteurs op de set van een dystopische sciencefictionfilm. Nu zijn Walmart en Waffle House sowieso niet de meest aangename bestemmingen, maar niemand zou er ’s nachts moeten ronddolen, laat staan werken voor een schamele tien dollar per uur, maar dat is weer een andere discussie. Het beperken van de openingsuren maakt dat mensen niet kunnen winkelen of eten wanneer ze dat toevallig willen en biedt aldus een minimum aan structuur waarrond ze hun leven noodgedwongen moeten inrichten. Het is natuurlijk maar de vraag of zo een minimale structuur daadwerkelijk een positieve impact zou hebben op de levens van deze mensen aan de rand van de maatschappij, misschien zouden ze een even grillig maar onzichtbaar bestaan leiden, al zijn ze nu al grotendeels onzichtbaar, maar ten minste een ongelukkige keuze zou hen bespaard blijven: ’s nachts of ‘s zondags naar Walmart of Waffle House gaan.

Maar wat met de vrijheid van mensen om hun eigen keuzes te maken? Bovenstaande suggestie mag dan wel positief geformuleerd zijn maar is desalniettemin paternalistisch, want mensen moeten tegen zichzelf beschermd worden, en dus in strijd met de liberale overtuiging dat mensen vrij zijn om hun eigen keuzes te maken. Maar misschien is het tijd om de keuzevrijheid, de facto de hoogste der liberale waarden in de huidige consumptiemaatschappij, een beetje in te perken? (Ook hier zou een moreel debat op zijn plaats zijn.) Doorheen de jaren is de keuzevrijheid immers verabsoluteerd. Mensen hebben meer keuze dan ooit voorheen, maar het merendeel van de keuzes doet er helemaal niet toe: Welke tube tandpasta? Welke film? Welke nieuwe wagen? Onderzoek heeft uitgewezen dat dergelijke keuzevrijheid leidt tot onzekerheid, depressie en egoïsme. Daarbij is de keuzevrijheid losgekoppeld van het waardeoordeel, alsof er geen onderscheid bestaat tussen goede, waardevolle keuzes en slechte, waardeloze keuzes. Alles kan en alles mag, waarbij nagenoeg alle keuzes gerespecteerd moeten worden. Voorbeelden van dwaze en te veroordelen keuzes zijn er genoeg: een aantal ribben laten verwijderen om beter in een korset te passen, een megajacht van tweehonderd miljoen euro kopen, een tijger als huisdier nemen, enzovoort. (In de Verenigde Staten worden naar schatting vijfduizend tijgers als huisdieren gehouden terwijl er wereldwijd ongeveer drieduizend wilde tijgers zijn.) De voorbeelden zijn met opzet nogal extreem, zo gekozen om het op zijn minst plausibel te maken dat keuzevrijheid soms te ver gaat. De meeste gevallen van een ontspoorde keuzevrijheid zijn een stuk controversiëler, vandaar dat er nood is aan een debat. Allicht zullen we het nooit helemaal eens zijn over wat nu precies goede, waardevolle keuzes en slechte, waardeloze keuzes zijn; maar we moeten als samenleving op zijn minst nadenken en praten over het onderscheid, zodat mensen minimaal weten dat er een onderscheid bestaat en een beetje meer stilstaan bij de keuzes die ze maken. Vrijheidsgezinde Amerikanen zullen hier allicht niet door overtuigd zijn (“What is the next step? They are going to take my guns?”), dus Walmart en Waffle House zullen wel 24/7 geopend blijven.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig