Het is een vreemde paradox: terwijl producenten van consumentenelektronica miljoenen investeren om hun producten steeds dat kleine beetje beter te maken, stelt de consument zich steeds vaker tevreden met zaken die ‘goed genoeg’ zijn.

Ook dat is een logische evolutie in het Nieuwe Normaal. Is dit in tegenspraak met de regel van nultolerantie voor digitaal falen? Niet helemaal. In het Nieuwe Normaal is er een subtiel verschil tussen 100% beschikbaarheid en 100% perfectie. Waar het op neerkomt is dat snelheid, gemak en beschikbaarheid belangrijker zijn dan geworden dan perfectie. We bevinden ons met andere woorden in het tijdperk van ‘goed genoeg’.
Enkele voorbeelden om dit te staven. Steeds meer mensen gebruiken Skype als vervanger van de klassieke telefonie. De kwaliteit van Skype is minder goed dan een vaste of mobiele verbinding, maar is voor veel mensen ‘goed genoeg’. Skype is snel, gemakkelijk, handig en zo goed als gratis. Ook MP3 is een typevoorbeeld van hoe zaken niet perfect hoeven te zijn. Toen ingenieurs werkten aan de compact disk, maakten ze zich zorgen over de ‘sampling rate’, die een beslissende invloed heeft op de kwaliteit van de muziekweergave. Een mp3 heeft echter een veel lagere sampling rate. We luisteren naar die mp3 op de trein, terwijl we joggen… en hebben dan uiteraard niet die hoge kwaliteit nodig. En waarom is Blu-ray veel minder succesvol dan verwacht? Omdat Blu-ray een veel groter beeldkwaliteit biedt dan de kijker verwacht. Je moet al een kamerbreed plasmascherm hebben om het verschil te zien. En als je net als ikzelf de hele Disney-reeks met Bambi en Pinoccio al op VHS en DVD hebt, voel je echt niet de neiging ze nog een derde keer op Blu-ray te kopen.
We betreden een tijdperk waarin technologie goed genoeg kan zijn. We willen niet dat technologie ons in de steek laat, maar ze hoeft ook niet altijd perfect te zijn.