Is de vrees voor een nieuwe technologiebubbel terecht?
Foto: Belegger vreest technologiecrash
Heel wat technologieaandelen zijn tot adembenemende hoogtes gestegen. Specialisten vrezen een bubbel. Nico Pantelis gaat tegen de stroom in.

De technologiesector is weer hot. Je bent weer ‘in’ als je belegt in technologie. Dat kan ook moeilijk anders, want dit segment behoorde in 2013 tot de toppers van de beursvloer, met een stijging van 38 procent! Dergelijke rendementen zie je niet ieder jaar opduiken. En het waren met name de nieuwe technologieën zoals 3D-printing, robotica, drones, … die massaal geld aantrokken van beleggers. Als je de nieuwe mogelijkheden van deze toepassingen ziet, dan is het niet zo moeilijk om uitermate opgewekt te geraken over het potentieel ervan.

Uiteraard staan de nieuwe technologieën nog maar in hun kinderschoenen. Ze beloven immers veel, maar realiseren nog maar weinig, en dan hebben we het vooral over het financiële plaatje. Zoals dat met ieder nieuw product gaat, wordt er in de beginjaren weinig omzet geboekt, om over winst nog maar te zwijgen. Maar dat nemen beleggers er graag bij. Ze investeren namelijk in de verwachte inkomstenstroom. Bij dit soort ondernemingen kunnen de potentiële inkomsten gigantisch worden, waardoor er een hoge verwachtingswaarde sluipt in de aandelen. Volgens sommige zit er vandaag weer te veel verwachtingswaarde in de koersen, terwijl de fundamenten amper kunnen volgen. Hierdoor zien we in sommige technologiesegmenten opnieuw waarderingen die sterk lijken op die de hoogdagen van de technologiebubbel. Een bubbel die, zoals de meesten zullen weten, uit elkaar spatte in 2000.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat we steeds meer bubbelartikels over technologie lezen in de financiële media. Dit is er ook weer een. Maar dan met andere inzichten. Naast de hoge waarderingen werpen de auteurs ook enkele historische scenario’s op. Ze kijken naar de mensen die het probleem van de technologiebubbel voor de eeuwwisseling wél zagen aankomen. Een uitgesproken figuur tegen technologie was destijds Warren Buffett. Hij publiceerde in november 1999, vlak voor de technologiebubbel knapte, een artikel in het magazine Fortune over de excessieve waarderingen in de sector. Hij gaf de twee belangrijkste redenen mee waarom hij toen niet in technologie investeerde:

  • Het competitieve voordeel van nieuwe technologie is te beperkt in duur. Of met andere woorden, een levenscyclus van een nieuw technologieproduct is gemiddeld genomen te kort voor Buffett om er langdurige rendementen mee te kunnen behalen;
  • Het is uiterst moeilijk om de enkele winnaars in dit segment eruit te pikken aan een redelijke prijs.

In deze stellingen zit de nodige waarheid verscholen. De technologie ontwikkelt zo snel, dat wat vandaag een hype is morgen alweer afgeschreven kan zijn, bij wijze van. Buffett investeert daarom liever in marktleiders die decennialang het hoge woord kunnen voeren in hun sector, waardoor zij hun prijszetting onder controle hebben. In technologie is zoiets (buiten Microsoft met Windows) zelden of nooit mogelijk geweest. Bovendien betaal je voor een nieuwe technologie altijd de hoofdprijs. Tegenwoordig zijn de nieuwe technologie-ondernemingen al zodanig stevig gewaardeerd, nog voor ze op de beursvloer worden verhandeld, door pre-investeringsrondes van private fondsen.

We snappen dus dat Buffett niet zomaar op nieuwe technologie springt. Maar dat Buffett niet in technologie zou investeren, is ook de waarheid geweld aandoen. Het Orakel van Omaha was in de voorbije jaren immers druk in de weer om van IBM en Intel belangrijke posities te maken in de portefeuille van Berkshire Hathaway, zijn investeringsvehikel. Hoe je het draait of keert, dit zijn nog steeds ronkende namen in de technologiesector. En hij heeft met Bill Gates een goede technologieadviseur aan zijn zij. Hij is immers deoprichter en voorzitter van Microsoft en een persoonlijke vriend. Dus we nemen de aantijgingen in de media dat Buffett vandaag geen koper is van de nieuwe technologie met een korrel zout.

Je gaat ons ook niet horen zeggen dat er geen waarderingsprobleem is in bepaalde segmenten van de technologiesector. Maar nogmaals, een hoge waardering is pas een probleem als dit ook gekoppeld is aan een hoge beurskapitalisatie. Want dat impliceert dat er weinig rendement meer te behalen valt. Deze combinatie is vandaag helemaal niet overweldigend aanwezig in de technologiesector. Enkel het socialmediasegment heeft vandaag trekjes van een bubbel. Neem bijvoorbeeld Facebook. Het aandeel heeft een marktkapitalisatie van meer dan 150 miljard dollar. Daar kunnen maar weinig aandelen qua omvang aan tippen. Maar dan kleeft er ook nog eens een koers-winstverhouding van 100x op het aandeel. We zouden ons nog eventueel kunnen voorstellen dat de koers van Facebook verdubbelt (hoewel dat al een waanzinnige en wellicht onrealistische kapitalisatie zou opleveren), maar verveelvoudigen zoals de koers-winstverhouding belooft, dat lijkt ons niet aan de orde.

Toch herbeleven we met technologie niet de jaren 2000. Op de eerste plaats omdat de crash van destijds nog steeds op het netvlies van de meeste beleggers is gegrift. Mensen zijn de ravage nog niet vergeten. Vandaar de terughoudendheid onder beleggers en de negatieve pers omtrent de recente rally in technologieaandelen. Dit was voor de eeuwwisseling een compleet ander beeld, wat best samen te vatten onder de kop ‘the sky is the limit’. Niets was te gek in die periode en iedereen deed vrolijk mee aan de massahysterie rondom technologie. Een bedrijf zoals Commerce One (e-commerce platform) werd op de Nasdaq verhandeld aan 35 miljard dollar, terwijl de onderneming 35 miljoen dollar omzet boekte. Waanzinnige verwachting werden verdisconteerd in de koersen en alle beleggers kochten gretig bij. Vandaan drukken beleggers nog altijd liever op de verkoopknop. Dat zagen we onlangs al met de correctie van aandelen in onder meer biotechnologie en sociale media, zoals te zien is op de onderstaande grafiek.

Nasdaq vs Biotech vs Social

Terwijl de Nasdaq er in de voorbije maand onveranderd bij lag, corrigeerden beide segmenten met bijna 15%. Maar we moeten er ook wel bij vertellen dat de koersen tot 80% waren opgelopen in het afgelopen jaar. Dit is eerder een gezonde ontwikkeling. Beleggers verkopen hun posities in nieuwe technologiesegmenten omdat ze een nieuwe bubbel vrezen, en net dat soort gedrag zorgt ervoor dat de potentiële bubbel onder controle blijft.

We zijn daarom veel minder bang voor een nieuwe technologiebubbel. Meer nog, we vermoeden dat we in de komende jaren nog hoger kunnen met de technologiesector. De Nasdaq moet nog altijd zijn historisch record boven 5.000 punten evenaren, terwijl de overige indices deze top al enige tijd achter zich hebben gelaten. En zelfs als de Nasdaq uitbreekt naar nieuwe records, dan nog kan je de sector moeilijk een bubbel noemen. Enkel wat nieuwe segmenten staan roodgloeiend, maar vormen een minderheid binnen de technologiesector. Per saldo boeken de belangrijkste bedrijven binnen deze index tot 10x meer omzet dan in 2000, en nog een factor  meer winst! De huidige stierenmarkt in technologie heeft nog een lange weg af te leggen. De tussentijdse volatiliteit en terughoudendheid van beleggers is de juiste voedingsbodem voor nieuwe beursrecords bij technologie.

De auteur is gediplomeerd beleggingsadviseur en oprichter van de advieswebsite Slim Beleggen. Hij publiceert deze column in eigen naam. Slim Beleggen publiceert 4 analyserapporten: het Goud & Zilver Rapport, het Technologie Rapport, het Grondstoffen Rapport en het Groeimarkten Rapport. Daarnaast publiceert Slim Beleggen een gratis nieuwsbrief.

Twitter: @SlimBeleggen