Onhoudbare situatie
Foto: Onhoudbare situatie
We krijgen uitzonderlijke, tegengestelde signalen uit de financiële markten. Deze situatie kan onmogelijk lang in stand blijven. Het wordt kiezen, zonder te delen.

De recordstanden vliegen ons om de oren op de financiële markten. Afgelopen week waren we getuige van een nieuw weekrecord voor de S&P 500. Hiermee doorbreekt de Amerikaanse index het besluiteloze traject van het voorbije jaar aan de bovenzijde van de bandbreedte. Dit is een positief signaal voor de aandelenmarkten in het algemeen, en de Amerikaanse beurzen in het bijzonder, die ondanks de krachtige dollar het hoofd boven water weten te houden. Het laat zien dat beleggers nog steeds groter delen van hun vermogen alloceren in aandelen.

Maar diezelfde belegger investeert ondertussen ook deze grote delen van z’n portefeuille in obligaties, met een voorkeur naar staatsobligaties. De effecten van deze aanhoudende koopwoede naar schuldpapier van overheden leidde er al toe dat een groot deel van de rentecurve, zoals in Japan als verschillende Europese landen, een negatieve rente opleveren. Of anders gezegd: wie geld in deze obligaties investeert, moet ieder jaar een stukje van zijn vermogen inleveren aan de staat. En het aantal staatsobligaties met negatieve rente neemt week na week toe. In de voorbije dagen was het de beurt aan Nederland om voor het eerst in haar geschiedenis een negatieve rente te incasseren op 10-jarig schuldpapier.

nederlandse 10j rente negatief

Dit effect straalt ook af op andere continenten, die de neerwaartse druk op de rentecurve voelen. In de afgelopen week zette de Amerikaanse rente (op 10 jaar) een nieuw dieptepunt neer. Maar ook andere onderdelen van de rentecurve doken beduidend lager. Wie geld aan de Amerikaanse overheid leent voor de volgende 30 jaar, krijgt nog amper 2% rendement per jaar uitgekeerd. Maar laat ons wel wezen, dit is nog altijd veel meer dan sommige landen in Europa. Wie geld leent aan de Zwitsers overheid, die krijgt over de volledige rentecurve een negatieve rente. Dat betekent tot de volgende 50 jaar!

Dus we krijgen nieuwe beursrecords in Amerika, en aantrekkende beurzen elders, maar ook lagere rentes als gevolg van een onstuimige vraag naar staatsobligaties. Deze situatie ging in het verleden nooit samen, maar was net omgekeerd: een hoge vraag naar veilig schuldpapier, was meestal slecht nieuws voor aandelen. Omgekeerd, een hoge vraag naar aandelen onttrok meestal kapitaal aan obligaties. In de nasleep van de financiële crisis die begon in 2008, zagen we langzaam maar zeker dit tegenstelde patroon ontstaan.

aandelen vs obligaties

We evolueren nu snel naar een climax, want niet enkel aandelen zitten opnieuw op recordkoers, ook obligaties zitten op ramkoers, met nieuwe dieptepunten voor de rente als gevolg. Deze situatie is wat ons betreft niet veel langer houdbaar. Iets moet er gaan breken. Want beide onderdelen vertellen een compleet tegengesteld verhaal. De beleggers in obligaties vrezen een nieuwe economische recessie, die bovendien kan uitmonden in een periode van deflatie. In een dergelijk klimaat zit je goed met obligaties. Maar beleggers in aandelen zien het lang niet zo somber in. Ze rekenen op een nieuwe economische groei in de nabije toekomst. Bovendien rekent men erop dat we niet te maken krijgen met deflatie, maar een goede vorm van inflatie.

Wie het gelijk aan z’n zijde zal krijgen, is niet zo gemakkelijk te voorspellen. Beide activa testen hun limieten. De aandelenmarkten zitten al ruim 7 jaar in een opwaartse trend, en is dringend toe aan een tussentijdse correctie. Maar dat gaat al helemaal op voor de obligatiemarkten. Staatsobligaties beleven hun langste stierenmarkten uit de geschiedenis. Ondertussen is deze stierenmarkt al 36 jaar onderweg, en er lijkt maar geen einde aan te komen.

Toch hebben we mogelijk een uitkomst kunnen uitfilteren. In de obligatiemarkten zijn niet zoveel smaken: schuld is schuld. Maar in de aandelenmarkten zitten heel veel smaken in de vorm van sectoren, varieerden van non-cyclische sectoren met een lager risico tot cyclische sectoren met een hoog risico. Uit de analyse van de recente sprong van de beurzen blijkt dat de rally vooral getrokken werd door de ‘veilige’ sectoren. Telecom- en nutsbedrijven maar ook distributie trokken de kar. Dit in tegenstelling tot voormalige hoogvliegers in de technologiesector, die bij de recente rally het lieten afweten. Of zoals we het in de financiële middens ook wel eens uitleggen: lage beta krijgt de voorkeur boven hoge beta. Oftewel, aandelen met een lage volatiliteit worden gekocht, terwijl aandelen met een hoge volatiliteit genegeerd worden. De volgende grafiek van CNBC laat dit beeld duidelijk zien. De lage beta’s presteren beduidend beter dan de hoge beta’s in 2016, wat wijst op voorzichtige aandelenbeleggers.

Low beta vs High beta

Dit is een veelzeggend gegeven. Blijkbaar vertrouwen aandelenbeleggers de zaak ook niet helemaal, en investeren op de eerste plaats in de veilige sectoren op beurs, en laten de risicovollere segmenten links liggen. Het zijn met name die veilige beursonderdelen die de S&P 500 vleugels gaven. Ook dit stemt niet erg hoopvol voor de economie op termijn. En laat dit precies het signaal zijn dat we eveneens uit de obligatiemarkten ontvangen. Tot we risicoappetijt zien toenemen in de aandelenmarkten, blijven we ons terughoudend opstellen. Het heeft ons tot op heden geen windeieren opgeleverd, en tot nader order houden we vast aan deze strategie.

De auteur is gediplomeerd beleggingsadviseur en oprichter van de advieswebsite Slim Beleggen. Hij publiceert deze column in eigen naam. Slim Beleggen publiceert 4 analyserapporten: het Goud & Zilver Rapport, het Technologie Rapport, het Grondstoffen Rapport en het Groeimarkten Rapport. Daarnaast publiceert Slim Beleggen een gratis nieuwsbrief.

Like ons op Facebook: SlimBeleggen -- Volg ons op Twitter: @SlimBeleggen