Los zand
Foto: Shutterstock
“Zaterdag beachtraining”, had mijn trainer vorige week gezegd. Ik had er de hele week naar uitgekeken want nieuwe dingen in mijn trainingen vind ik altijd leuk. Ik zag mezelf, met David Hasselhoff en Pamela Anderson in het achterhoofd, die zaterdag al Baywatchgewijs over het strand aan de Blaarmeersen in Gent huppelen. Het ging een leuke en gemakkelijke training worden, dacht ik.

 “Lopen in het zand is vooral bedoeld als krachttraining voor spieren en pezen in voeten en onderbenen”, vertelde mijn trainer toen we aan onze opwarming begonnen. Que? Krachttraining? Geen gehuppel over het strand? Slik.

Na twintig minuten warming-up over de Finse piste stonden we met vier op het strand. Er werd een startlijn getrokken en we waren weg voor zes versnellingen van zo’n 200 meter over het strand.

Ik ontdekte al snel dat zand schuift, beweegt, je constant naar je evenwicht doet zoeken. Gewoon rechtdoor sprinten lukte niet echt en ik moest heel wat kracht op mijn benen zetten om vooruit te geraken. Dat kindjes zandkastelen hadden gemaakt, hielp ook niet echt. Na het eerste sprintje werd al duidelijk dat deze training geen tussendoortje was, maar het serieuze werk.

We probeerden wat op adem te komen door terug naar de startlijn te joggen over het wandelpad naast het strand, maar mijn hartslag bleef in het rood hangen. Naast mij hoorde ik zuchten en puffen.

Hoe David Hasselhoff zorgeloos over het strand rent, weet ik niet. Na zes versnellingen was ik blij dat ik van dat strand af mocht. Lopen op zand is ploeteren en afzien. Het cooling-downrondje had voor mij niet echt meer gehoeven want mijn benen brandden van de inspanning.

En Pamela Anderson? Die moet stalen kuiten hebben want ik hobbel al twee dagen de trap achterwaarts af.