Wat veel Belgen missen als ze Europa verlaten zijn de gezellige winkelstraten en straatjes met terrasjes en pleintjes in steden en dorpen. Hier in Zuid-Afrika heb je bijna niets van dit. Dat heeft ook te maken met problemen met veiligheid. Een Zuid-Afrikaan gaat shoppen in een mall, een shopping centrum, waar je je auto veilig kan parkeren (en hopelijk ook terugvinden).

Het is er altijd lekker koel, wat echt wel deugd doet als het kwik buiten boven de 30 graden stijgt. Het is er druk en lawaaierig. Ik heb nog steeds niet begrepen wat er gezellig is aan een kopje koffie drinken aan een tafeltje in een gang van een mall. Laatst was ik in een mall waar het plafond blauw geschilderd was, met kleine schaapswolkjes erop...
Gisteren was ik in Irene Village Mall. Irene is een wijk van Centurion, Centurion maakt deel uit van Tshwane (groot Pretoria). In Irene zijn verschillende melkveebedrijven. Dat thema inspireerde de projectontwikkelaars bij het bouwen van een mall. Het is een openluchtmall. Iemand had me verteld dat ik echt eens moest gaan kijken “omdat het zo leuk en gezellig is daar.” Ik parkeerde mijn auto netjes op het open parkeerterrein en stapte naar de hoofdingang, een grote poort met een open, houten hek. Inderdaad, geen mall zoals de andere. Voor me zag ik een pleintje met een fontein. Centraal op het plein steken 4 koeienpoten en een uier uit het plaveisel. Er omheen liggen verschillende restaurants met terrasjes. Ik kan me voorstellen dat ouders hier rustig iets eten terwijl hun kinderen in de fontein afkoeling zoeken. Ik keek voor de zekerheid nog eens omhoog. Geen dak of plafond. Het is een echt plein. Ik zag verschillende straatbordjes. Om het plein heen liggen verschillende straten waarlangs alle winkels hun stek hebben. Ik verkende de straten en zag dat ze hier een soort “gezellig dorpje met winkelstraatjes” hebben nagebouwd. Leuk, ja, maar zo nep ook. Ik spoedde me naar de bioscoop, ook in dit complex. Na de film stond ik aan de automaat mijn parkeerticket te betalen, toen ik klokken hoorde luiden. Jawel, het was 10u. Klokken! Ze zijn dus zo ver gegaan in het nabouwen van een dorp, dat zelfs de klokken een plek hebben gekregen. Alleen, klonk het eerder als een opname dan als een echte klok.
Ik reed de parking af en zag nog net het bordje “Thanks for grazing with us”.