Zuid-Afrika. Oom Japie se huis
Foto: Lieve Leroy
Een lang weekend na een heel drukke periode op het werk. Tijd om alles een beetje trager te doen. Ideaal om een klein dorpje in de zuidelijke Vrijstaat te verkennen: Philippolis.

Op de website van het stadje las ik “’n Dorp wat diep in jou siel inkruip. Dis waar bure nog vriende is. Waar die gemeenskap na mekaar omsien. ’n Plek waar jy weer jou eie hartklop kan hoor, maar ook die hartklop van eeue gelede…”

Wanneer we er direct na de middag aankomen, is de zaterdagnamiddaglethargie al over het dorp neergedaald. Gelukkig kunnen we in Ko-Ma-In (huisnyverheid) nog een hapje eten. Nadat wij afgerekend hebben, gaan de deuren op slot. We verkennen het dorp, genietend van de warmte van de zon na de koude ochtend. De website spreekt over een culturele route langs een aantal historische gebouwen. We zien ze allemaal, maar we kunnen niets bezoeken. Dit dorp slaapt.

Philippolis werd gesticht in 1823 door de London Missionary Society, zendelingen die vooral werkten met de lokale bevolking, de Khoi (vroeger ook foutief Hottentotten genoemd). Het dorp werd genoemd naar de verantwoordelijke van de zending, John Phillip. Een paar jaar later streken de Griqua’s hier neer. De Griqua’s zouden tijdens de apartheidsjaren geklasseerd worden als “kleurlingen”. Ze waren afstammelingen van Europeanen en Khoi en net als de Boeren (Afrikaners) trokken ze in de 19de eeuw steeds verder het binnenland in om aan Britse heerschappij te ontsnappen. Hun leider, Adam Kok, richtte een democratisch staatje op. De eerste Raadsaal staat er nog steeds. Philippolis is de oudste nederzetting van de Vrijstaat.

Het dorp staat vol historische gebouwen: het geboortehuis van schrijver Van der Post, het magistraatshuis, de oude gevangenis (die ou tronk), en heel veel kleine Karoohuisjes. We beklimmen een koppie (een heuveltje) en hebben er een mooi uitzicht op het dorp en de omgeving. Randjies (spreek uit “ranjkies”, langgerekte heuvels) en koppies met hele kleine struikjes, zo ver het oog reikt. Dit is de Karoo. De Karoo is een halfwoestijn tussen de bergen in de Kaap en de grasvlakten van de Vrijstaat. Er wordt vooral aan veeteelt gedaan waarbij nauwkeurig wordt uitgerekend hoeveel vierkante meter er nodig is om een dier in leven te houden. Het zijn meestal schapen. Alleen in de buurt van de rivieren, zoals bij de machtige Oranje, is er akkerbouw mogelijk.

’s Avonds gaan we eten in Oom Japie se huis. Een oud huis, de houten vloer kraakt onder onze voeten. Het huis staat vol met boeken, rekken vol. Of die te koop zijn of te leen is niet duidelijk. Op het rek met het bordje “Dutch” vinden we Camera Obscura en de Vlasschaard. De eigenaar begeleidt ons naar de bar. Iets drinken? Ja, een glas wijn graag. Elke fles die open gaat wordt door hem voorgeproefd, want hij wil weten of de wijn niet naar kurk smaakt. Waar komen we vandaan? Wat doen we hier? Een antwoord wordt meteen onderbroken door de volgende vraag. Het is een schril contrast met de stilte en rust van deze namiddag. Of we ons eten kunnen bestellen? Geen probleem, een volgend verhaal wordt afgebroken en hij begeleidt ons naar een klein hokje, vroeger wellicht de achterstoep. Vier tafels staan dicht bij elkaar. De gordijnen doen ons aan bruidsluiers denken en de muren hangen vol schilderijen. We zijn de enige gasten. Of het goed is als hij nog een glas wijn neemt uit onze fles? (We vroegen elke een glas, dus ons kan het niet schelen). En daar komt het volgende verhaal. We krijgen er de slappe lach van. Gelukkig komt ons eten eraan. Een dikke pompoensoep met slagroom en als hoofdschotel een lekker lamspotjie (spreek uit “pojkie”; een soort stoofpotje).

Nog nalachend lopen we in het donker en onder duizenden sterren terug naar onze lodge. We zijn nog net op tijd. Om 9 uur wordt het water afgesloten.

De volgende dag gaan we ontbijten in de enige plek die open is. Het is nog fris maar we besluiten toch op het terras te zitten. Het geeft ons een prima zicht op de dorpsactiviteiten. Een paar paardenkarren (een soort koetsjes getrokken door paarden) passeren. Een oude man komt zijn krant ophalen. Een koppel stapt in de auto om naar de kerk 200m verderop te rijden. De dienst begint en de stilte valt weer over het dorp. Twee kinderen houden elk een fietswiel als een stuur in de hand en doen alsof ze autorijden. Ze scheuren door de straat.

Dit is een dorp.