En van de crisis (nog?) geen spoor
Foto: AP
Athene, al weken het centrum van Europa, de plek waar het allemaal aan het gebeuren is. De camera’s staan opgesteld op het Syntagmaplein, gericht op het parlement van alle Papa’s die het land weer op het droge moeten trekken. Maar voor het overige is in het straatbeeld weinig te merken van de malaise. De marathon, ja, die hangt wel in de lucht: overal wappert het logo van de race aan de verlichtingspalen.

‘Even God can’t solve this’, zegt Tom, een zelfverklaarde eeuwige staker die protesteert met muurtekeningen in de toeristische wijk Plaka. Hij is een van de drie mensen die ons al over de crisis gesproken hebben. De anderen waren een bakkersvrouw, die terwijl ze mij een brood verkocht luidop zat te vloeken tegen de televisie waarop ex-premier Papandreou een speech gaf, en de man die ons een appartement verhuurt. ‘Het begon al 2000 jaar geleden’, zo verklaarde hij alle miserie, waarna hij er de Turken, de Duitsers en de Fransen bijsleurde.

Maar buiten dit trio, is het business as usual in Athene.

Als ik zou moeten afgaan op alle waarschuwingen die ik de voorbije weken heb meegekregen – chaos! rellen! stakingen! – dan had ik me de reis naar Griekenland kunnen besparen. Want een marathon in goede banen leiden is wel het laatste waar die Grieken nu aan denken. Maar voorlopig – hout vasthouden – kan ik niemand op neerslachtigheid betrappen en is het een plezier om hier te zijn.

Voor de wedstrijd van zondag hebben ze mij al volledig klaargestoomd: mijn nummer, een chip, een ticketje voor het openbaar vervoer en een plaats van afspraak zondag voor zonsopgang. En een van de vele vriendelijke verkopers in het registratiecentrum – een grijzende man die ooit zelf de marathon liep - deed er nog een gedetailleerde parcoursbeschrijving met peptalk bovenop. ‘Je hebt New York gelopen? Maar dat is vlak! Deze is veel moeilijker. Wanneer je aan de 30 km bent, zul je doodop zijn, want het gaat tot dan bergop. Maar dan volgt de verlossing. Je zal iets heel bijzonders voelen. Iets héél bijzonders.’

Ik voel nu al veel bijzonders. Wedstrijdspanning én tegelijkertijd een heerlijk vakantiegevoel. Van ongerustheid over het goede verloop geen spoor meer.