Melbourne - Mijn naam is angsthaas
Foto: Melbourne
Ik schrik wanneer hij het portier dichtklapt en zich omdraait. Een doffe klap, een vreemde houding en dan dat akelige, gehavende gezicht. Zijn gelaat is bedekt met een dikke laag crème en gaat schuil onder een grote zwarte leren hoed. Zijn tred is traag. Misschien is hij versuft door de hitte. Of kijkt hij schuw weg, wanneer hij zodadelijk opkijkt. Maar hij kijkt helemaal niet en komt onherroepelijk mijn kant uit. Zijn handen diep weggestoken in dikke leren handschoenen. Hij weet best wel dat hij hier moet zijn. De valiezen, de tassen, de hele zwik heb ik al naar buiten gesjouwd en staan klaar voor transport. Ik zou kunnen gillen of kunnen wegrennen. Tik, tak, tik, tak. Wat wordt het? Maar mijn cognitief vermogen besluit gewoon te blijven staan. Ik sta en staar. Hij gaat me villen en maakt vast een nieuwe hoed van me.

Er huizen nieuwe fobieën in mij. Ze sluimeren rond onder mijn huid en overvallen me als vloedgolven van kille angst. Angst voor liften is er een van. Met mijn buggy beland ik noodgedwongen in kleine, groezelige liften die maar haperend op gang komen. In een uithoek van een winkelcentrum of op het puntje van een eindeloos perron. Ik focus me op het gekraak en geratel dat opstijgt vanuit een duizelingwekkende diepte. Dat mag je niet doen. Ik vertel het me elke keer opnieuw.

Op de kinderboerderij van Collingwood zit ik verkrampt op een houten bank, terwijl Finne de koe naast mij aan het kammen is. Bordjes waarschuwen herhaaldelijk voor slangen, en mijn ofidiofobie slaat weer toe. Wat als er straks een opduikt? Stel je voor dat ik met mijn verstrooid hoofd op dit enge reptiel trap, op z’n kop of op zijn geschubde lijf ... Het is een beklijvende gedachte.

Tot slot is er nog mijn schrik voor de ondergrondse parking van ons appartement. Ronduit belachelijk, vind ik. Elke avond draag ik het vuilnis naar beneden en ren ik als een Speedy Gonzales de garage heen en weer. Ik heb besloten dat het moet stoppen. Deze fobie zal ik heroïsch bestrijden totdat ik even opgeruimd als het vuilnis, mijn doel bereik.

De taxichauffeur die vanuit The Shining zomaar mijn straat kwam ingereden, brengt me gelukkig naar het adres dat ik hem op een papiertje aanreik. Ik druk Finne dicht tegen me aan terwijl ik mijn gsm vastgrijp. Angstvallig volg ik alle straatnamen die ik zie opduiken. Rijden we de juiste richting uit? Ik heb geen flauw idee.

 

Meer verhalen en foto's vind je ook op onze eigen blog.