Melbourne - 74 kilo
Foto: St Kilda Beach
We zijn er geraakt. Na eenentwintig uur vliegen rol ik mijn kar met vierenzeventig kilo bagage richting de exit van Tullamarine Airport. Het lukte! Yes we did it! En yes, ik heb de voorbije uren teveel naar Dora gekeken. Dora, Boots en Zwieber die niet mag stelen. Crapuleuze Zwieber steelt altijd en had vast een ongelukkige jeugd. Maar dat laat ik aan Dora. Ha! Ik ben in Melbourne.

Tijdens de eerste dagen overheerst mijn strijd tegen de jetlag, en ondanks de slaap die als een mist in m'n hoofd hangt, val ik als een blok voor de City of Melbourne. Ik wandel voorbij rijzige Victoriaanse gebouwen, ontdek Federation Square en de National Gallery of Victoria en vergaap me aan prachtige architectuur.  In de gallerijen, volgestouwd met winkeltjes en eetcafés, waait de geur van grilled beef me tegemoet. Het is er druk, maar ik geniet.

Rust vinden we in de wondermooie Royal Botanic Gardens en verrassend genoeg ook aan Saint Kilda Beach. Op zaterdagochtend voert een gammele tram ons naar een haast verlaten strand. Geen schroom voor m'n witte vel. Met m'n voetjes in de Indische Oceaan geniet ik van de zachte zeelucht. De geur van grilled beef waait me tegemoet. Er scheelt wat met mijn neus.

In deze eerste week zetten we ook de huizenjacht verder die Tom is gestart. Een huis of appartement huren in Melbourne vereist een hele administratieve procedure en er zijn vaak meerdere kandidaten voor dezelfde woning. We halen opgelucht adem als een van onze aanvragen wordt goedgekeurd. We huren een onbemeubeld appartement in Prahran, op een boogscheut van Albert Park en Prahran Market. Onze inboedel kopen we in IKEA. Te voet, met de buggy. Aparte ervaring.

Natuurlijk zijn er ook momenten waarop de twijfel toeslaat. Zullen we onze draai vinden in deze nieuwe stad? Volgende week al begint Tom te werken en sta ik er alleen voor. Hoe neem ik met Finne de tram, als ik ook haar buggy nodig heb? Niet, besluit ik. Het is te gevaarlijk. Punt. Wat een geluk dat ons appartement vlakbij een treinstation ligt. Dat scheelt een pak in reiscomfort. Op restaurant wil Finne niet eten en loopt ze doelloos tussen de gedekte tafels. Ik roep haar even terug. "Maar ...", vraagt ze haast onverstaanbaar, "maar waarom heb ik geen vriendjes? Ik wil een vriendje om mee te wandelen". Twee kleine traantjes bengelen naar beneden. Krak, zegt m'n moederhart.

Ik hijs haar omhoog en samen lopen we door het restaurant. Van de boekenkast waar we ons verbazen om zoveel boeken, naar de witte orchideeën op de vensterbank. Daar keren we terug naar de boekenkast en de verbazing. "Je bent de allerliefste", fluister ik haar toe. "Je bent de hele wereld", fluistert ze terug.

Krak, krak.

Ze stelt het goed, ik weet het wel. Volgende week bel ik naar alle crèches van Prahran en ga ik op zoek naar opvang voor een dag of twee per week. Wat een brute start. Wat een rollercoaster van emoties. Maar het avontuur is begonnen. Ik ben eindelijk gesprongen. En het water is fris, aangenaam fris.

 

Meer verhalen en foto's vind je ook op onze eigen blog.