Klokslag twaalf. Een colonne Erasmus-studenten troept samen voor de poorten van de receptie van hun residentie. Ze marcheert richting het oude fort van Olomouc driehonderd meter verderop. Vooraleer de strijders het bolwerk kunnen betreden, moeten ze een gewaagde loopbrug over. De gracht eronder is diep en uitgedroogd.

Binnen de omheining ligt een dakloze te slapen aan een vuurton. We wandelen naar de eenvoudige cafetaria van de paintball-organisatie, eerder een schuur te noemen. Daar liggen allerlei geweren en helmen voor het grijpen. Onbewaakt, tot de ‘dakloze’ naar ons toekomt en zich voorstelt als de verantwoordelijke.
‘Is there anyone that can speak Czech well?’
Stilte.
Hij geeft dus instructies in het Engels. De meest frappante is dat er geen ‘safety distant’ is, je mag dus schieten van zo dichtbij als je zelf wil. We krijgen camouflagepakken om onze kledij te beschermen, een helm, handschoenen en een geweer vol gekleurde balletjes.

In twee teams trekken we naar het slagveld. Enkele ‘games’ spelen zich rondom de burcht af, de spannendste binnenin. De constructie is vergelijkbaar met die van het colosseum: cirkelvormig met meerdere verdiepingen. De muren zijn op verschillende plaatsen afgebrokkeld waardoor je eindeloos veel schietgaten hebt en langs alle kanten kunt worden aangevallen. We slagen er niet in de vlag van het andere kamp te stelen, maar kunnen onze president uit de handen van de terroristen houden.

De Tsjechische verantwoordelijke is dol op meisjes van alle soort. Hij nodigt ons allemaal uit op het verjaardagsfeest van zijn vriend, met als lokmiddel gratis ‘pivo’, bier.
‘Tell me, what do you think about Czech guys?’
Erg diplomatisch maar meer nog eerlijk antwoord ik dat ik er niet veel ken. Vervolgens probeert hij de aandacht te grijpen door te doen alsof hij twee bruine paintballetjes uitkotst. Ik vermoed dat hij hiermee wil aantonen dat we echt eens iets met een Tsjechische jongen moeten beginnen.