Abu Dhabi - Crashcourse 4 x 4 rijden op de Jebel Shams
Foto: Heidi Verdonck
Toen we iets meer dan een jaar geleden naar Abu Dhabi verhuisden, keken we er al naar uit om de bergen van Oman te verkennen. Oman staat bekend om zijn "wadi's", rivieren die diepe kloven in de rotsen uitgesleten hebben, met spectaculaire canyons tot gevolg, die enkel per Jeep bereikbaar zijn. We schaften ons dus zo snel mogelijk een 4 x 4 aan, maar werden wat afgeschrikt door de verhalen van mensen die ons waarschuwden voor het gevaar van plotse stortregens en overstromingen.

Vrienden in Abu Dhabi vertelden ons echter dat ze zonder problemen tot aan de Wadi al Nakhur geraakt waren (de grootste "canyon" van Oman), en zelfs op de hoogste berg van Oman (Jebel Shams). Het zou slechts een paar uur rijden zijn van Abu Dhabi en goed haalbaar met een 4x4 (en zelfs met een gewone wagen). Omdat het in Abu Dhabi begin oktober nog steeds verzengend heet en extreem vochtig was, leek het idee van een hoogtestage bijzonder verleidelijk. We beslisten voor alle zekerheid toch maar de 4 x 4 te nemen en ik boekte twee nachten in een hotel op 2000 meter hoogte.

We vertrokken op een donderdagnamiddag om 14u30 uit Abu Dhabi (het weekend begint hier op donderdagavond). Het eerste stuk ging zeer vlot via de autostrade van Abu Dhabi naar Al Ain (150 km). Vervolgens langs de Jebel Hafeet tot aan de Emiraatse/Omaanse grens, waar we helaas meer dan een uur verloren. Toen we eindelijk bij het Westelijke Hajjargebergte aankwamen, begon het al te schemeren. De weg werd steeds slechter en er was geen enkele verlichting. Tot overmaat van ramp begon het net op dat moment te hevig te regenen. We probeerden de enorme plassen op het slechte wegdek te omzeilen en tegelijkertijd het tegenliggend verkeer te vermijden, dat ondanks de weersomstandigheden toch op “onze” strook bleef inhalen.

Oman is berucht voor plotse onweersbuien, die de droge rivierbeddingen tussen twee steile berghellingen op korte tijd in bergstromen kunnen veranderen.Toen we eindelijk aan de voet van de berg aankwamen was het al 20 uur en stikdonker. Gelukkig was de regen ondertussen overgetrokken. We begonnen de beklimming langs steile en scherpe haarspeldbochten, tot plots na een halfuurtje de weg stopte en we ons op een zandweg bevonden. Telefoontje naar het hotel. Het zouden nog “slechts” 7 km zijn tot boven. Wat ze er niet bij vermeldden, was dat de zandweg afwisselend steil naar omhoog en naar beneden ging, langs diepe ravijnen en over nauwe passen. Dit alles over een niet afgebakende weg (“Gaat het hier naar links of rechts, naar beneden of naar boven? ”) zonder omheining.

Bovendien waren er geen wegwijzers te bekennen. Na ongeveer vijf kilometer namen we een verkeerde afslag. Toen we rechtsomkeer wilden maken, bleken we vast te zitten. Geen GSM signaal. Op dit moment vroeg mijn man "Waar is de handleiding van de 4 x 4?". Ik voelde lichte paniek opkomen. Gelukkig bleek het schakelen in "4 x 4 -modus" heel makkelijk en we slaagden erin terug naar de hoofdweg te rijden, waar we tot onze opluchting een tegenligger zagen aankomen. We deden het raam open en vroegen of de zandweg naar het "Sunrise Resort" leidde. Het antwoord was "fauwq" ("boven" in het Arabisch). Een kwartier later bereikten we inderdaad onze bestemming. Het was ondertussen 21u30. De Filippijnse receptionist was al bijna net zo opgelucht als wij dat we heelhuids boven waren geraakt en stuurde ons meteen door naar het restaurant. Achteraf bleek dat we de enige gasten waren en dat zijn vrouw de hele avond geduldig op ons had gewacht.

De volgende dag stonden we op de rand van de “Grand Canyon” van Oman (1000 meter diep). Via een oud ezelspad wandelden we een paar kilometer langs de duizelingwekkende afgrond. Helemaal beneden konden we de “wadi” zien stromen.

We bezochten ook een dorpje dat in een canyon gebouwd is ("Misfat Al Abriyeen"), met een ingewikkeld eeuwenoud irrigatiesysteem bestaande uit kanalen (de zogenaamde “aflaaj”) die het water van de bergen naar de plantages (bananenbomen, mangobomen en dadelpalmen) leiden.

Niet ver daarvandaan ontdekten we ook het verlaten dorp “Al Hamra” (op ongeveer 500 meter hoogte) en de forten van Bahla en Jibreen. Omdat ze uit leem vervaardigd zijn, moeten ze dan ook regelmatig gerenoveerd worden.

Overal waar we kwamen, werden we overdonderd door de gastvrijheid van de mensen. In deze bergstreek blijkt het de gewoonte te zijn elkaar te begroeten en naar de inzittenden van voorbijrijdende voertuigen te wuiven. De Omani’s heetten ons voortdurend welkom en vroegenwaar we vandaan komen, boden ons koffie en softdrinks aan, maar zonder ooit opdringerig over te komen. En dit hoewel dit een bekende toeristische bestemming is. Het blijkt tijdens de weekends vooral een geliefde bestemming te zijn voor Omani’s uit de hoofdstad.