Echte kampioenen
Foto: rr
Als we de hardloper Usain Bolt voor een wedstrijd zien faken dat hij een boog spant, dan denken we ‘ach man, ga toch verspringen, we zullen in de zandbak een emmer en een schopje klaarzetten.’

Ook de wielrenner Juan Antonia Flecha gaat met een imaginaire pijl en boog aan de slag als hij winnend over de finishlijn rijdt. Flecha is namelijk Spaans voor pijl, snapt u. Gelukkig wint hij niet zo vaak. En dan hebben we nog niks gezegd over Alberto Contador, bijgenaamd El Pistolero, die telkens hij wint, doet alsof hij een pistoolschot lost.
Wat een trutjes zijn dat toch. Weg ermee! Echte kampioenen hebben geen nood aan toeters en bellen. Echte kampioenen winnen, zetten de tegenstand op zeven minuten, en zijn dan teleurgesteld dat het geen acht minuten waren.
Daarom kijken we zo graag naar De Flandriens, de Canvasreeks, waarin voormalige kemphanen als Eddy Merckx, Rik Van Looy en Roger De Vlaeminck terugblikken op hun wielercarrière. Zoveel jaren later gaan ze nog altijd op in de rivaliteit, de akkefietjes en de lekke banden van toen. Het is heerlijk om hen die drang om te winnen te horen verwoorden.
Waarom Merckx niet gewacht had op De Vlaeminck toen die lek reed, vroeg Michel Wuyts. ‘Een geschenk, dat geef je met een verjaardag’, antwoordde Merckx. Die zat.
De Vlaeminck zelf was even rechtdoorzee. Hij wou niet zomaar winnen voor een of andere renner van tweede garnituur. Nee, winnen, dat deed hij het liefst voor een andere kampioen; bij voorkeur Eddy Merckx. ‘Ik had het liefst van al dat Merckx tweede was’, vertelde hij fijntjes. ‘Dan wist ik dat hij ongelukkig was.’ Dát is pas een pistoolschot door het hart.