Toen Benjamin ‘dastet dard nakon’ zei – moge je handen er niet aan pijn doen, vrij vertaald: dank je wel – antwoordde Maman Zohreh ‘qorbaneto’ – mijn liefde voor je is zo groot dat ik mijn leven voor je zou offeren.... Deze voor ons zwaarwichtige uitspraken zijn hier de normaalste zaak van de wereld en ze spreken een diepzinnigheid uit die samengaat met de Perzische taal. Deze morgend begroette ik Aqa Gun op de koer met een gewone ‘Vrede zij met je, Aqa, een gezegende morgend voor u’, waarop hij hetzelfde antwoordde en eindigde met ‘Eradat’. Een woord dat niet zomaar een woord is. Een heel verhaal is nodig om de betekenis er van duidelijk te maken en dat is zo bij de meeste beleefdheidsuitdrukkingen het geval. Mede daarom is het naar mijn gevoel zo moeilijk om ta’arruf onder de knie te krijgen. Ik moet leren begrijpen met mijn hart wat ik zeg, want het woordgebruik staat ver van wat ik gewoon ben en wat ik zelf zeggen zou.

Perzische hoffelijkheid valt in niets te vergelijken met wat we van beleefdheid in Belgie kennen. Daardoor kan je hier onbeleefd zijn of de andere in een moeilijk positie brengen, terwijl je denkt dat je juist handelt. Het verschil tussen beleefd zijn en het tegenovergestelde, is voor ons moeilijk te onderscheiden, zeker zolang we ons niet bewust zijn van het feit dat het bij ta’arruf altijd gaat om het geven en nooit om het ontvangen: De andere geeft jou iets, een woord, een kado, een wens, een uitnodiging en hij zal dat volgens de geplogendheden tot zeker 3 keer opnieuw aanbieden. De regel is dan om wat er gegeven wordt, niet te ontvangen, niet aan te nemen, maar een uitdrukking terug te geven die betuigt van respect, vriendelijkheid, dienstbaarheid en liefdevolle aandacht. Het gaat om het tegelijkertijd afwijzen en accepteren van de andere, had ik u reeds verteld dat Iran het land van twee is?

Als iemand je in Belgie iets aanbiedt, is dat omdat hij het wil geven en de beleefdheid gebiedt ons om het aan te nemen. Simpel en duidelijk, voor mij alleszins, voor mijn man was het zoeken in het begin dat hij in Belgie was. Want bij Iraniers werkt het zo helemaal niet. Hier geef of zeg je de meeste zaken vanuit beleefdheid en de ta’arruf van de andere zorgt er voor dat het niet aangenomen wordt. Als die andere ta’arruf kent ten minste, want ik kan me voorstellen dat menig toerist reageert met de beleefdheid die ons eigen is, maar zonder ta’arruf - net als ik in het begin - en aanneemt wat aangeboden wordt.

Bijna elke Iranier die je hier ontmoet zal je immers enthousiast uitnodigen in zijn huis, zal je vertellen dat wat je in zijn winkel koopt gewoon zo mag meegenomen worden, zal laten weten dat je eender wat mag vragen en dat je zal geholpen worden. Dat zegt hij ook tegen zijn dichtste familieleden, tegen vrienden en tegen alle onbekenden. Dat is ta’arruf. Hij geeft. Andere Iraniers weten dat en zullen met hun eigen ta’arruf antwoorden. Ook zij geven (en ontvangen niet). Ze zullen niet uit de winkel vertrekken zonder te betalen, ze nemen niet zomaar aan wat aangeboden wordt en zullen niet elke uitnodiging accepteren. Dat wordt allemaal pas gedaan als er drie keer expliciet om gevraagd wordt. En dan nog....


Dat iemand geen ta’arruf kent of doet, is een eigenaardig gegeven voor Iraniers en er zal later, in een gesprek met familieleden, niet altijd even positief over geoordeeld worden. Er is een uitdrukking voor: De ta'arruf kwam en kwam niet. Maar een Iranier zal je er nooit over aanspreken. Ook dat is ta'arruf. Je zal nooit weten of het eten dat je gemaakt hebt echt wel zo lekker is, of je echt wel zo aangenaam bent voor hen, of het kado dat je geeft hen echt wel bekoort. Dat zullen ze je vertellen - altijd de meest vriendelijke woorden en de grootste complimentjes - maar of het waar is dat weet je niet. En toch zijn het geen leugens. Het ongemakkelijke gevoel dat ik daar lang rond gehad heb, is ondertussen weggeebd omdat ik ta'arruf in zijn grond ben beginnen begrijpen: het gaat nooit om jezelf (in dit geval je eigen eer, trots of bevestiging). Het draait om de andere, altijd...