Taboulé Dorothée
Foto: Dorien Knockaert
Ik weet het, ik weet het: taboulé dorothée, dat klinkt afschuwelijk. Toch raad ik u aan om dit gerecht met voor- én achternaam te benoemen, en wel consequent, of ge krijgt de puristen op uw dak.

De wie? De puristen, en ge kunt u gelukkig prijzen als ge ze niet kent. Het zijn de mensen die ge een bouillabaisse voorschotelt en die dan zeggen: ‘Dit is geen bouillabaisse. Dit is een vissoep, maar geen bouillabaisse.’ Of die een risotto bestellen en dan zeggen: ‘Hopelijk is het een échte risotto, want…’

(Oké, ik kijk misschien te veel naar Mijn Restaurant en Komen Eten, soms)

Als ge zo’n purist dus per ongeluk vertelt dat ge taboulé maakt met couscous, komkommer, kruiden, rozijnen en pijnboompitten, tja, dan kan ik niet instaan voor de gevolgen. Een meewarig glimlachske? Een monoloog van een uur over bulgur en peterselie? De purist in kwestie die een gedicht van Guido Gezelle begint op te zeggen? ‘t Is in principe allemaal mogelijk. Houdt ge het echter op ‘taboulé dorothée’, dan kan hij alleen maar minachtend mompelen: ‘Taboulé dorothée, daar heb ik nu nog nooit van gehoord.’ En gij dan: ‘Ja, ik had daar ook nog nooit van gehoord!’ En voila, het wordt nog gezellig.

Taboulé dorothée dus. Ik heb hierboven al verklapt wat erin zit. Hieronder staat het recept. De verhoudingen kunt ge best een beetje naar believen doen: proeven, roeren, nog een beetje van dit, nog een beetje van dat. Zorg er wel voor dat het geen couscous-met-spikkels is; ‘t moet echt een groene salade zijn. Leuk om te maken, hoor. En lekker! ‘t Is natuurlijk het perfecte bijgerecht op een barbecue, maar ook echt pittig en vol genoeg om solo te gaan. Fetakaas smaakt er goed bij (Ja maar, is dat wel échte fetakaas? Is dat schapenkaas of geitenkaas? Want als dat geitenkaas is, ah nee. En die komt uit Turkije of wat? Ah maar nee!).

Voor 4 personen:

200 g couscous

50 g rozijnen

30 g pijnboompitten (kan je vervangen door geschaafde amandelen)

¾ komkommer

1 bosje verse munt

1 bosje platte peterselie

vers citroensap (van minstens 1 citroen)

olijfolie

zout

cayennepeper

Leuke extra: oranjebloesemwater (ik maak ‘m soms met en soms zonder)

Bereiding:

1. Doe de couscous met wat zout in een schaal en overgiet hem met kokend water, tot hij net onder staat. Laat hem even wellen, voeg een flinke scheut olijfolie toe en roer hem los met een vork. Laat hem helemaal afkoelen.

2. Laat de rozijnen een kwartiertje wellen in lauw water. Giet ze daarna af en hak ze fijn.

3. Rooster de pijnboompitten in een droge pan, tot hun geur vrijkomt en ze beginnen te bruinen.

4. Schil de komkommer, haal er de zaadlijst uit en snij hem in kleine blokjes (je kan hem ook raspen in de keukenmachine en dan goed laten uitlekken).

5. Hak de kruiden fijn.

6. Roer alles samen en breng op smaak met zout, citroensap, olijfolie, cayennepeper en eventueel oranjebloesemwater.