Tuinbonenhummus
Foto: Dorien Knockaert
Tuinbonen. 't Is zo'n groente die je nooit hebt leren klaarmaken en daar is een reden voor: als je ze eenmaal goed gedopt hebt, houd je nauwelijks iets over. Uiteraard zijn ze toch de moeite waard en deze tuinbonenhummus is een uitstekend eerste recept. Makkelijk, en ook geschikt voor de wat oudere bonen die ik vaak op de markt zie liggen, en die niet zo geraffineerd smaken als hun jongere broertjes. Je kan hem op toastjes serveren als een hapje, maar ook als fris gezelschap bij een stevige minestrone, een zeevruchtensoep of een lasagna. Tegenwoordig lees ik vaak dat ze ook 'labbonen' heten. Een tuin of een lab: ik weet wel wat ik leuker vind.

Crostini met tuinbonenhummus, naar een recept uit van Sarah Raven's Garden Cookbook

Voor 6 personen:
150 g tuinbonen, gewogen nadat je ze uit de peul gehaald hebt (koop zo'n 400 g ongedopte bonen)
1 citroen met een schone schil
olijfolie
peper & zout
een klein stukje pecorinokaas
Blaadjes van enkele takjes munt, fijngehakt.
½ baguette, ciabattabrood of iets dergelijks
1 teentje knoflook, doormidden gesneden

1. Kook de tuinbonen in ongeveer 5 minuten gaar. Koel ze daarna af in ijskoud water. Als je tijd hebt, kan je nu best ook de kleine vliesjes rond de bonen verwijderen; dat geeft een frissere kleur en smaak (maar wel minder hummus).
2. Pureer de bonen met een flinke scheut olijfolie. Breng de puree op smaak met citroensap, zeste, veel peper, zout, munt en meer olijfolie. Dek de puree meteen goed af en zet hem koud, hij verliest snel zijn frisse kleur (lang op voorhand maken is geen goed idee).
3. Snijd schijfjes van het brood, wrijf ze in met olijfolie en wat peper en zout en rooster ze in een hete grillpan. Wrijf ze in met knoflook en schep er een flinke portie hummus op. Werk ze af met wat geschaafde pecorino.