De cabaretier maakt wilde hakbewegingen en laat twee rijen gepolijste neptanden zien, die schitteren in het licht van de schijnwerpers. Vervolgens rolt hij met zijn ogen en schudt hij met zijn hoofd om de zelfspot die achter zijn woorden schuilgaat te benadrukken. De zaal lacht. Maar wanneer de cabaretier zijn microfoon tegen zijn mond drukt en er aan likt als aan een lolly verstomt het publiek.

'Dat is mijn eerste gedachte. En dan wacht ik tot die gedachte over is.'

Weer klinkt er gelach in de zaal. Het zwelt aan als een golf die een wit laagje schuim op het podium achterlaat. De cabaretier kijkt het publiek doordringend aan en doet alsof hij een traan wegpinkt. Dan trekt hij zijn poederwitte wenkbrauwen op. Zijn bezweet voorhoofd glinstert in het felle licht van de schijnwerpers.

'En dan sta ik op en neem ik mijn pillen!'

Onder daverend applaus kondigt de cabaretier de pauze aan en verdwijnt achter het rode gordijn.

Ze zitten in de les. De twaalf cursisten en de leraar. Ze kijken naar een stukje Hollands cabaret van Toon Hermans. Toon vertelt wat zijn eerste gedachte is als hij 's morgens vroeg opstaat. Een paar cursisten grijnzen. De leraar pakt de afstandsbediening en zet de dvd stil. Het scherm wordt grijs. Dan vraagt de leraar aan zijn cursisten: ‘En wat is jullie eerste gedachte als je ’s morgens wakker wordt?’ De antwoorden van de cursisten variëren.

- Eten. Als ik wakker word, heb ik altijd honger.

- Kind wakker maken. Mijn kind wil nooit uit bed.

- Weer gaan werken. Ik heb best wel een leuke baan.

- Een sigaret roken. Ik kan niet zonder mijn sigaretten. Mijn vrouw wil dat ik stop!

- Bidden. Als ik wakker word, ga ik eerst bidden. Dan word ik rustig.

- En warme douche nemen. Geen koude! Ik moet er niet aan denken!

- De baby eten geven. Mijn baby begint te huilen als ze wil eten. Ze laat me niet slapen.

Als de laatste cursist aan de beurt is geweest, kijkt de leraar op de klok. Hij ziet dat het tijd is voor de pauze. Opgelucht verlaten de cursisten het lokaal om te gaan roken, drinken, eten, plassen, een enkeling misschien om te bidden. De leraar pakt een flesje water uit zijn tas, neemt gulzig een paar slokken, grijpt naar zijn rode pen en begint zuchtend de toetsen van de cursisten na te kijken. ‘Koude douche. Blokken hout!’ denkt hij als hij het stapeltje toetsen ziet dat op hem wacht. Snel neemt hij een aspirine tegen de hoofdpijn. Dat helpt altijd.