In de centrale bibliotheek van Leiden staat een glimmende, bruine piano. Vandaag is de klep van de piano dicht. Er komt een meisje met haar moeder de bibliotheek binnen. Een Birdy in de dop. Het meisje opent de klep van de piano en begint te spelen. Ze tokkelt eerst op de zwarte toetsen want die steken uit. Dan tokkelt ze op de witte toetsen. Die klinken zacht.

Haar moeder zegt: 'sjsj, zachter!' Ze is bang voor de vervelende mevrouw van de bibliotheek. Die tolereert geen storende kindergeluiden in de bibliotheek. Ze heeft alles gehoord en komt boos aangelopen. 'Ook dat nog!' denkt de moeder. De vervelende vrouw snauwt tegen het meisje: 'Je mag niet op de piano spelen.' 'Het is altijd hetzelfde liedje,' denkt de moeder. Ze verondschuldigt zich voor het gedrag van haar dochter. 'Wacht, ik zet hem wel even voor u aan.' De vervelende mevrouw bedoelt de piano. Ze pakt een diskette uit een mandje op de balie en steekt hem in een doosje naast de piano.

Het meisje steekt haar tong uit. De vervelende vrouw merkt het niet. Ze drukt op een knopje, maar de toetsen van de piano verroeren geen millimeter. 'Hij doet het niet! Hoe kan dat?' De vervelende mevrouw haalt de diskette uit het apparaat en kijkt er bedenkelijk naar. Ze schrikt van haar spiegelbeeld in de piano. Ze steekt een andere diskette in het apparaat die het hopelijk wel doet. Het meisje snapt er niks van. De piano zwijgt in alle toonaarden. De moeder wacht. Ze is gewend om te wachten. Net als de piano gewend is om de hele dag stil te zitten in de bibliotheek tot een kind het in zijn hoofd krijgt om zijn klep te openen en hem te kietelen.

Een andere bibliotheekmedewerker bemoeit zich ermee. Ze zegt op neerbuigende toon tegen de vervelende mevrouw: 'Er zit een knop aan de piano. Die is uit. Die moet aan.' De vervelende vrouw zoekt naar de knop. Ze vindt hem rechtsonder bij de poot van de piano. Ze zet de piano aan. De piano begint te spelen. Zijn toetsen bewegen op en neer. Alsof een onzichtbare pianist op de piano speelt. Een pianospook. De vervelende vrouw gaat weer aan het werk. Ze laat de piano rustig spelen.

Het meisje kijkt verrukt naar de piano. Een piano die zelf speelt! Het meisje wil met hem meespelen. Ze speelt een quatre-mains met de piano. Het meisje lacht. Ze vindt het geweldig. De moeder luistert. Ze denkt: 'Het zou handig zijn als de boeken van de bibliotheek ook een aan-en uitknop hadden. Dan zouden ze hun tekst voorlezen zoals de piano de noten speelt. Een quatre-mains tussen de lezer en het boek. Dat zou mooi zijn. Haar dochter houdt niet van boeken. Maar als ze samen met het boek zou kunnen lezen, als het boek zichzelf zou voorlezen terwijl ze haar ogen over de letters laat glijden zoals ze haar vingers over de toetsen van de piano laat glijden, dan zou ze misschien van de letters in het boek gaan houden. Ze zou lezen leuk gaan vinden. Dat zou geweldig zijn.

De technologogie ontwikkelt zich razendsnel. De tijd van pratende boeken komt misschien sneller dan ze denkt. De moeder luistert vervuld naar haar dochter die samen met de piano muziek maakt. Ze denkt aan de rol van de vervelende mevrouw als boeken konden praten. Misschien is ze dan al met pensioen. 'Ja, dan is ze zeker met pensioen,' denkt de moeder opgelucht. 'Ze zou geen leven meer hebben tussen al die lijvige, pratende boeken die kinderen lokken om te lezen. Lekker gekieteld worden, dat is eigenlijk wat alle boeken willen... Misschien ook die vervelende mevrouw. Ze kijkt met medeleven naar de boeken die wachten om opengemaakt te worden. Miljoenen letters met een eigen, uniek geluid.