BRUSSEL - De Europese beurzen hebben een rode week met verliezen gesloten. Stijgende olieprijzen door het geweld in het olierijke Midden-Oosten bleven ook vandaag voor ongerustheid op de markten zorgen. Beleggers vrezen de hoge energieprijzen die een vertraging van de economische groei kunnen impliceren. Wall Street sloot donderdag 1,5% lager.
De Bank of Japan maakte vrijdag een einde aan het vijf jaar durende nulrentebeleid door de rente te verhogen met 25 basispunten.

De DJ Stoxx50 eindigde 1,2% lager op 3.293,76 punten bij 5 stijgers en 45 dalers. Aan het eind van de handelssessie kenden de indices nog een terugval. De DJ EuroStoxx50 zakte 1,52% tot 3.508,25 punten en de Euronext100 ging 1,3% lager tot 819,71 punten. Op het vlak van de nationale beurzen verloor Frankfurt 1,9%, Parijs 1,5%, Amsterdam 1,4% en Londen 1%. De euro ging 0,4% achteruit tot USD 1,2641.

Ook vrijdag bleven de olieprijzen verder stijgen. Zowel in Londen als in New York werden vrijdag nieuwe recordhoogtes bereikt en overschreed de olieprijs de kaap van 78 dollar voor een vat. De Londense Brent-future voor levering in augustus won 0,7% tot USD 77,19. In de elektronische handel in New York ging de WTI-future 0,6% omhoog tot USD 77,15.

De olieproducenten konden niet profiteren van de stijgende olieprijzen. Volgens handelaars is dit te wijten aan het grote gewicht van die bedrijven in nationale indices, zoals de CAC40. Beleggers verkochten de voorbije dagen heel wat indexfondsen, wat de koerswinst van oliebedrijven tempert. BP, de grootste olieproducent van Europa, won 0,3% tot 643 pence maar het Franse Total verloor 0,8% tot EUR 51,2.

Rosneft kon 0,7% procent stijgen tot 7,60. Voor het Russische oliebedrijf was het de eerste dag op de beurs. Rosneft haalde USD 10,4 miljard op met de beursgang, goed voor de zesde grootste introductie ooit.

De hoge energieprijzen doen vooral de grootste energieverbuikende sectoren, zoals transport, petrochemie en autoproductie, geen goed. Zo ging het Duitse petrochemiebedrijf BASF 2,1% lager tot EUR 60,65. Bayer verloor 1,1% op 35,91.

In de luchtvaartsector verloor British Airways 2,4% tot 346,25 pence. Het Duitse Lufthansa daalde 2,5% tot EUR 13,76 en KLM-Air France 0,9% tot EUR 17,86.

De banken kenden een slechte dag. Een vertraging van de economie door hogere energieprijzen is voor de banksector slecht nieuws. De Zwitserse zakenbank Credit Suisse was bij de grootste dalers en zakt 2,6% tot EUR 63,7. Een andere financieledienstengroep die daalde was Axa (-2,5% tot EUR 24,28).

De Franse autobouwer Renault daalde 1% tot EUR 80,8. Algemeen directeur Carlos Ghosn ontmoette vandaag/vrijdag de top van General Motors. De autoverkopen van Renault in juni daalden met 13%. In het eerste half jaar viel het marktaandeel terug tot 9,1%, tegenover 10,2% een jaar eerder.

De mijnbouwaandelen gingen lager. BHP Billiton, 's werelds grootste mijnbouwbedrijf, verloor in Londen 3% tot 1.020 pence. Anglo American, nummer twee in de mijnbouwwereld, speelde 2,3% kwijt tot 2.136 pence. Rio Tinto zakte eveneens 3% tot 2.725 pence. Een economische groeivertraging speelt vooral in het nadeel van de grondstoffenbedrijven, wiens winsten deels afhankelijk zijn van economische groei.

Dezelfde redenering geldt voor bouwbedrijven. Zo verloor het Franse Bouygues, 's werelds tweede grootste bouwonderneming, 3,5% tot EUR 36,52. Lafarge, de grootste cementproducent, moest 1,8 procent achteruit tot EUR 91,25.

Infineon, de grootste producent van computerchips in Europa, zakte 1,4% tot EUR 8,38. Het bedrijf wordt samen met sectorgenoten genoemd in een Amerikaans proces rond prijsafspraken.

In Duitsland ging de fabrikant van generische medicijnen Stada Arzneimittel 6% vooruit tot EUR 33,44. Het farmabedrijf bevestigt de vooruitzichten voor 2006 en gaat voor EUR 485 miljoen een Servisch farmaciebedrijf overnemen. Volgens Stada zal dit een positieve invloed hebben op de bedrijfsinkomsten.