BRUSSEL - De toonaangevende aandelenindices in New York bewogen zich vrijdag zijwaarts door de handel en sloten uiteindelijk licht lager. Beleggers leken even op adem te komen na de rally van donderdag en maakten zich op voor een rustige week.
Maandag zal er op Wall Street maar een halve dag worden gedraaid en op dinsdag zijn de aandelenmarkten de gehele dag gesloten zijn. Dan vieren de Amerikanen Independence Day.

De Dow Jones sloot 0,4% lager op 11.150,22, terwijl de breed samengestelde S&P500 0,2% verloor op 1.270,85. De technologiezware Nasdaq eindigde 0,1% in de min op 2.172,09 punten.

Op de obligatiemarkt steeg de tienjarige Amerikaanse T-bond met 13/32 naar 92-28/32, waarbij het effectief rendement met bijna zes basispunten daalde naar 5,13%. Voor de euro werd USD 1,2791 (+1,0%) betaald. De olieprijs steeg met 0,7% naar USD 73,39.

Donderdag hadden de graadmeters nog een flinke duw in de rug gekregen van het rentebesluit van de Federal Reserve, en met name van de toelichting daarop. De monetaire beleidsmakers stelden dat een verdere verkrapping van het rentebeleid afhankelijk is van binnenkomende macro-economische data.

De markt interpreteerde dit als een signaal dat er nog e e n laatste renteverhoging aan zit te komen in augustus en dat de teugels daarna worden gevierd.

Bedrijfsnieuws ontbrak vrijdag nagenoeg. Wel werd de markt overspoeld met economische cijfers. Zo bleek een uur voor de start van de handel dat de persoonlijke inkomens, evenals de bestedingen, in mei net iets boven de verwachtingen van economen waren uitgekomen.

Ook de zogeheten Core PCE Deflator werd bekendgemaakt. Deze prijzencomponent, die onderdeel uitmaakt van de totale consumentenbestedingen in de VS, steeg in mei met 2,1%. Economen, gepolst door Thomson, hadden gerekend op een groei van 2,4%. De Core PCE Deflator wordt door de Amerikaanse Federal Reserve gebruikt als ijkpunt voor zijn rentebeleid.

Om 15.45 uur kwam de Universiteit van Michigan naar buiten met het definitieve cijfer van het consumentenvertrouwen. Het zogenoemde Michigan Sentiment werd over de maand juni opwaarts bijgesteld.

Tot slot werd om 16.00 uur de Chicago Purchasing Managers Index over juni bekendgemaakt. Deze kwam uit op 56,5. Dat was ruim onder de gemiddelde verwachting van economen, die op een indexcijfer van 60,0 lag.

In een markt, die van alle animo verstoken leek, viel de blue chip General Motors (+8,6%) op. Het autofonds won nadat grootaandeelhouder Kirk Kerkorian er bij de Amerikaanse autofabrikant op aan had gedrongen een alliantie aan te gaan met het Franse Renault en diens Japanse partner Nissan. Kerkorian is met 10% de grootste individuele aandeelhouder in General Motors.

De Dow telde, naast General Motors, nog elf stijgers en achttien dalers. Farmafondsen Merck (+1,5%) en Pfizer (+1,0%) hadden zich ook bovenin de index genesteld, evenals Alcoa (+1,4%). Grootste verliezers waren Home Depot (-1,8%), Intel (-1,7%) en Exxon Mobil (-1,6%).

Op de beurs in New York viel ook Research in Motion (+5,7%) op, dat profiteerde van kwartaalcijfers. Zo steeg de omzet in de afgelopen driemaandsperiode met 35%. De winst van de producent van de Blackberry, het succesvolle apparaat waarmee mobiel kan worden gebeld en ge-internet, liep wat terug door kosten verbonden aan de uitoefening van personeelsopties.

Een van de grote verliezers in New York was Apple (-2,9%). De computerfabrikant en producent van de MP3-speler iPod is een onderzoek gestart naar de aandelenopties die bestuursleden de afgelopen vier jaar hebben ontvangen. Ook een optieregeling van bestuursvoorzitter Steve Jobs wordt onderzocht.