BRUSSEL - De toonaangevende aandelenindices in New York bewegen zich vrijdag zijwaarts door de middag. Beleggers lijken even op adem te komen, na de rally van donderdag. Daarnaast gaat Wall Street een week tegemoet, waarin op maandag een halve dag wordt gedraaid en de beurzen op dinsdag gesloten zijn.


Rond 20.00 uur staat de Dow Jones-index 0,1% hoger op 11.197,82, terwijl de breed samengestelde S&P500 0,05% wint op 1.273,37. De technologiezware Nasdaq staat nagenoeg onveranderd op 2.174,36 punten.

Op de obligatiemarkt stijgt de tienjarige Amerikaanse T-bond met 12/32 naar 92-27/32, waarbij het effectief rendement met bijna zes basispunten daalt naar 5,17%. Voor de euro wordt USD 1,2780 (+0,9%) betaald. De olieprijs stijgt met 0,7% naar USD 73,40.

Donderdag hadden de graadmeters nog een flinke duw in de rug gekregen van het rentebesluit van de Federal Reserve en met name van de toelichting daarop. De monetaire beleidsmakers stelden dat een verdere verkrapping van het rentebeleid afhankelijk is van binnenkomende macro-economische data.

De markt interpreteerde dit als een signaal dat er nog e e n laatste renteverhoging aan zit te komen in augustus en dat de teugels daarna worden gevierd.

Bedrijfsnieuws ontbreekt vrijdag nagenoeg. Wel werd de markt overspoeld met economische data. Zo bleek een uur voor de start van de handel dat de persoonlijke inkomens, evenals de bestedingen, in mei net iets boven de verwachtingen van economen zijn uitgekomen.

Ook de zogeheten Core PCE Deflator werd bekendgemaakt. Deze prijzencomponent, die onderdeel uitmaakt van de totale consumentenbestedingen in de VS, steeg in mei met 2,1%. Economen, gepolst door Thomson, hadden gerekend op een groei van 2,4%. De Core PCE Deflator wordt door de Amerikaanse Federal Reserve gebruikt als ijkpunt voor zijn rentebeleid.

Om 15.45 uur kwam de Universiteit van Michigan naar buiten met het definitieve cijfer van het consumentenvertrouwen. Het zogenoemde Michigan Sentiment werd over de maand juni opwaarts bijgesteld.

Tot slot werd om 16.00 uur de Chicago Purchasing Managers Index over juni bekendgemaakt. Deze kwam uit op 56,5. Dat was ruim onder de gemiddelde verwachting van economen, die op een indexcijfer van 60,0 lag.

In een markt, die van alle animo verstoken lijkt, valt de blue chip General Motors (+8,7%) op. Het autofonds wint nadat grootaandeelhouder Kirk Kerkorian er bij de Amerikaanse autofabrikant op aan heeft gedrongen een alliantie aan te gaan met het Franse Renault en diens Japanse partner Nissan. Kerkorian is met 10% de grootste individuele aandeelhouder in General Motors.

De Dow telt, naast General Motors, nog dertien stijgers en zestien dalers. Farmafondsen Merck (+2,1%) en Pfizer (+1,5%) hebben zich ook bovenin de index genesteld. Grootste verliezers zijn Home Depot (-1,8%), Intel (-1,4%) en Boeing (-1,4%).

Op de beurs in New York valt ook Research in Motion (+4,9%) op, dat profiteert van kwartaalcijfers. Zo steeg de omzet in de afgelopen driemaandsperiode met 35%. De winst van de producent van de Blackberry, het succesvolle apparaat waarmee mobiel kan worden gebeld en ge-internet, liep wat terug door kosten verbonden aan de uitoefening van personeelsopties.

Een van de grote verliezers in New York is Apple (-2,7%). De computerfabrikant en producent van de MP3-speler iPod is een onderzoek gestart naar de aandelenopties die bestuursleden de afgelopen vier jaar hebben ontvangen. Ook een optieregeling van bestuursvoorzitter Steve Jobs wordt onderzocht.