Het winnende lot
Foto: © MC Marc Cels
Belofte maakt schuld. Ik moet het vandaag minstens eventjes hebben over mijn naam- en streekgenoot Koen Fillet.

Toen ik vier weken geleden mijn column doorstuurde naar de redactie, vertelde Koen in Feyten en Fillet dat Jeroen Overstijns, voormalig chef boeken van De Standaard, zich meende te herinneren ooit een lotje te hebben gekregen bij de lancering van een nieuw boek van die andere streekgenoot van mij, Herman Brusselmans. Met dat lotje kon onze chef boeken een motor winnen. Het toeval wil dat op dat moment ook een arrest van het Hof van Cassatie over lotjes bekend raakte.

Stel dat Jeroen gewonnen zou hebben, zou hij kunnen belast worden op de waarde van de motor? Voor alle duidelijkheid, Jeroen heeft niet gewonnen. Dit om te vermijden dat een al te ijverige belastinginspecteur vandaag al in zijn pen zou kruipen, zoals al eens gebeurt na een fiscale kroniek. Trouwens, de inspecteur zou van een kale reis terugkomen. Het Hof van Cassatie heeft klaar en duidelijk gesteld dat er bij de gelukkige geen sprake van belasting kan zijn (Cass. 10 mei 2007, www.cass.be).

Een opticien had van een van zijn leveranciers een aantal tombolabiljetten ontvangen in functie van de omzet. En het geluk lachte de opticien toe. Hij won de hoofdprijs, een auto. De fiscus meende dat de opticien belast moest worden en kreeg van de rechtbank van eerste aanleg en het hof van beroep gelijk. Het winnende lot kwam voort uit de uitoefening van het beroep. Het lot stimuleerde de verkoop en zonder opticien te zijn, zou de auto niet zijn gewonnen. Het was met andere woorden een belastbaar voordeel van alle aard.

Het Hof van Cassatie volgde echter de belastingplichtige in zijn verweer. Er zijn eigenlijk twee van elkaar te onderscheiden voordelen. Vooreerst krijgt de opticien tombolabiljetten voor zijn aankopen bij de leverancier. Vervolgens wint hij een auto als prijs bij de lottrekking.

Het eerste voordeel is een belastbaar voordeel. De lotjes zijn een opbrengst van zijn beroepsactiviteit. Hoe meer aankopen, hoe meer lotjes. Het verband met zijn beroep staat vast.

Het tweede voordeel heeft echter niets te maken met het beroep. De winst vloeit louter voort uit het toeval. Of hij nu hard werkt of niet, of hij nu veel koopt of weinig, het resultaat van de lottrekking staat er los van. Het Hof van Cassatie trekt hiermee de lijn door die het heeft vastgelegd in zijn rechtspraak over de aandelenopties. Het krijgen van de optie is een belastbaar voordeel. De waardeschommeling van het aandeel daarna vloeit voort uit de evolutie van de beurs en niet uit het beroep.

Als de uitgever van Brusselmans het ooit nog eens in zijn hoofd haalt om aan de chef boeken een lotje te geven, moet Jeroen dus de waarde van het lotje vermelden in zijn aangifte. Maar wat is nu die waarde? Dat hangt af van de kans op winst en van de waarde van de prijzen. Is er bijvoorbeeld een Porsche te winnen en er worden maar twee lotjes verspreid, dan zal die waarde niet veel minder zijn dan de helft van de waarde van de Porsche. Jeroen zal dan belast worden op een hoog bedrag, zelfs als hij niet wint. Worden er duizend lotjes verspreid met als hoofdprijs een bak Duvel, dan zal, ondanks het feit dat Duvels lekker zijn, de waarde van het lotje nul zijn en mag Jeroen het vergeten aangeven.

Koen Van Duyse is advocaat bij Tiberghien Advocaten.

www.standaard.biz/fiscalekroniek