Bijna een op drie Belgen heeft het nu en dan moeilijk om de basisbehoeften van het gezin qua gezondheid te bekostigen. Dat deelde de consumentenorganisatie Test-Aankoop donderdag mee.

Volgens Test-Aankoop besteedt een gezin gemiddeld 11 procent van het gemiddelde netto gezinsinkomen aan gezondheidskosten, na tegemoetkoming door het ziekenfonds en de hospitalisatieverzekeringen. Voor de lage gezinsinkomens loopt dat op tot 16 procent, en als een gezinslid chronisch ziek is tot 17 procent.

Al bij al heeft 30 procent van de gezinnen het moeilijk om zich afdoende te laten verzorgen, zegt Test-Aankoop in een persbericht. "In het voorbije jaar zette 8 procent van de gezinnen een lopende behandeling stop wegens geldproblemen, 26 procent stelde om dezelfde reden een behandeling uit en 9 procent zag zelfs helemaal af van een behandeling omdat zij geen manier zagen om ze zelf te bekostigen."

Ook gaf 5 procent aan dat ze het vorige jaar geen beroep deed op dringende medische hulp uit vrees voor te hoge kosten nadien. Er wordt het vaakst bespaard op verzorging van tanden en ogen, maar ook op medische raadplegingen. Als gezondheidsbehandelingen worden stopgezet, gaat het meestal om tandzorg, revalidatie, en psychologische en psychiatrische bijstand.

Vooral Brusselaars (51 procent) hebben moeite om gezondheidszorg te bekostigen. Daarna volgen Walen (39 procent) en Vlamingen (23 procent). Test-Aankoop pleit voor een verdere daling van het remgeld voor chronisch zieken. Ook zegt het dat het opstellen van een objectieve medische index voor hospitalisatieverzekeringen in een impasse is geraakt, die dringend moet worden doorbroken. (MDP)