De Amerikaanse president George Bush en zijn adviseurs hebben volgens een rapport van de Amerikaanse Senaat voor de oorlog in Irak de gevaren die het regime van Saddam Hoessein stelde, overdreven.
Volgens de Senaatscommissie voor de inlichtingendiensten hebben Bush en de zijnen de inschattingen van de geheime diensten omtrent de wapenarsenalen van Saddam en zijn samenwerking met terroristen overtrokken om toestemming te krijgen voor een militair optreden.

Meningsverschillen tussen de inlichtingendiensten omtrent het Iraakse wapenprogramma en de banden met het terreurnetwerk al-Qaida hebben zij naast zich neergelegd.

'Om het doel - een oorlog - te bereiken heeft de regering meerdere keren informatie van de geheime diensten als feiten voorgesteld, wanneer deze geen grondvlak hadden of tegensprekelijk waren, of er gewoon niet waren', zei de Democratische commissievoorzitter John D. Rockefeller.

Naast president George Bush beschuldigt het rapport vooral vicepresident Dick Cheney en andere hoge regeringsambtenaren. Woordvoerster Dana Perino van het Witte Huis zei dat het document een "selectieve zienswijze" weerspiegelt.