In 2007 reden 89,2 procent van de treinen op tijd of met een vertraging van hoogstens vijf minuten. Dat is een daling van 1,4 procent tegenover 2006. Daarnaast is het aantal afgeschafte treinen het voorbije jaar bijna verdubbeld. Gemiddeld wordt meer dan 1 trein op 100 afgeschaft. Dat blijkt uit cijfers van spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel.
Het stiptheidscijfer van 89,2 is het op één na slechtste resultaat van de laatste tien tien jaar. Enkel in 1998 (88,8 pct) reden de treinen nog minder stipt.

Volgens het beheerscontract mogen bepaalde vertragingen 'geneutraliseerd' worden. Het gaat dan onder meer om externe factoren (bv. kabeldiefstallen, extreme weersomstandigheden en zelfdodingen) maar ook om grote investeringswerken. Na neutralisatie stijgt de stiptheid tot 93,6 procent. In 2006 lag dat cijfer nog op 94 procent.

Operator NMBS 'betreurt' de gedaalde stiptheid, maar benadrukt dat het cijfer hoger ligt dan dat van de SNCF in Frankrijk en de Deutsche Bahn in Duitsland, waar de stiptheid rond 85 procent ligt.

Een aantal 'eenmalige gebeurtenissen hebben hun tol geëist', meent de NMBS. De spoorwegoperator verwijst onder meer naar de bijsturingen van de dienstregeling begin 2007 en naar het nieuwe fenomeen van de kabeldiefstallen. Ook de sociale acties in binnen- en buitenland hadden hun negatieve weerslag op de cijfers.

Uit de statistieken blijkt dat de meeste vertragingen (46,5 procent) veroorzaakt zijn door de NMBS. In de meeste gevallen gaat het om defect materieel. Maar steeds vaker liggen ook 'reizigersbewegingen' aan de basis van vertragingen (11 procent in 2007 tegenover 6 procent in 2006).

Het gaat bv. om treinen die vertraging oplopen omdat grote groepen reizigers moeten op- en afstappen of omdat reizigers op het laatste moment van perron moeten wisselen. Toch wil de NMBS de reizigers 'niet met de vinger wijzen' en werken aan een beter beheer van de reizigersstromen.

Nog opvallend is dat het aantal afgeschafte treinen in 2007 is opgelopen tot 15.849 of 1,2 pct van het totale aantal treinen. Dat is bijna dubbel zoveel als in 2006 (8.801 of 0,7 procent). De oorzaak ligt daar in zes op de tien gevallen bij de NMBS.

Infrabel wil de stiptheidsmetingen in overleg met belangenorganisaties als de BTTB (Bond van Trein-, Tram- en Busgebruikers) en Test-Aankoop beter laten aansluiten bij het aanvoelen van de reiziger. Zo is er een denkpiste om de vertragingen tijdens de piekuren zwaarder te laten doorwegen dan die tijdens de daluren.

Nu telt een vertraging van een trein met 50 mensen in de daluren even zwaar door dan een overvolle trein in de spitsuren. De cijfers tonen alvast aan dat de stiptheid in de ochtendspits (87,9) en avondspits (85 procent) een stuk lager ligt dan tijdens de daluren (91 procent).

De stiptheidscijfers zelf zijn terug te vinden op www.infrabel.be. Het is de bedoeling om voortaan vier maal per jaar stiptheidscijfers bekend te maken.