De Vlaamse koeien produceerden het voorbije jaar meer kilo's melk, vet en eiwit dan in het jaar daarvoor. Het gevolg is dat ook de economische waarde van de melkproductie is gestegen.
Dat blijkt uit de jaarstatistieken van NRS, het rekencentrum van de Nederlands-Vlaamse rundveeteeltvereniging (CRV). De cijfers tonen aan dat de gemiddelde productie van Vlaamse koeien het afgelopen boekjaar 2006/2007 met 121 kilogram is gestegen, naar 8.063 kilogram melk.

De melk heeft bovendien een iets lager vetgehalte van 4,15 procent en een hoger eiwitgehalte van 3,44 procent. Als gevolg van de hogere melk- en eiwitproductie steeg de economische waarde van de geproduceerde melk. Vetten en eiwitten zijn vaak grondstoffen voor andere producten.

Ook het economisch jaarresultaat (EJR) steeg van 1920 naar 1945. Het EJR is een maat voor de economische waarde van de geproduceerde melk op basis van de waarde van melk, vet en eiwit. Met het EJR is het onder meer mogelijk om een economische vergelijking te maken tussen koeien en bedrijven.

De stijgende productie geldt overigens voor alle rassen. De lijst wordt aangevoerd door de zogenaamde zwartbonte Holstein Friesians. Die produceerden in 362 dagen maar liefst 9.829 kilogram melk, 4,07 procent vet en 3,39 procent eiwit, met een EJR van 2021.