(Belga) De voorbije drie jaar zijn er in Vlaanderen 185 huisartsen te weinig aan een beroepsopleiding gestart in vergelijking met het wettelijk voorziene contingent.
Het aantal specialisten dat aan een stage begon, lag dan weer 116 hoger dan het voorziene contingent. Dat staat in een rapport van de federale overheidsdienst Volksgezondheid dat de Huisarts kon inkijken. Ook Artsenkrant brengt de cijfers woensdag.Jaarlijks worden in België 700 artsen toegelaten tot Riziv-activiteiten, 420 uit Vlaanderen en 280 uit de Franse Gemeenschap. Van de 420 artsen die in Vlaanderen mogen afstuderen, mogen er 240 kiezen voor een specialisatie en 180 voor de huisartsenopleiding. Uit de vergelijking van de werkelijke stageplannen met het contingent in de periode 2004-2006 in Vlaanderen blijkt dat het huisartsencontingent niet ingevuld raakt, terwijl het specialistencontingent overschreden wordt. In 2004 kozen 134 artsen voor huisartsgeneeskunde, in 2005 waren dat er 135 en in 2006 daalde hun aantal zelfs tot 86. Over de drie jaar geeft dat een tekort van 185 huisartsen in opleiding. In die drie jaar zijn in Vlaanderen wel 116 artsen te veel begonnen aan een specialistenopleiding, in vergelijking met het contingent. Karel Vermeyen, voorzitter van de planningscommissie medisch aanbod en medewerker van het kabinet Sociale Zaken geeft in de Huisarts uitleg bij het rapport. Hij uit zijn bezorgdheid over de honderden artsen van buiten de Europese Unie die vooral in Franstalige ziekenhuizen een specialistenstage lopen. "Hun opleiding en eventuele latere vestiging als specialist valt totaal buiten de contingentering", stelt hij. "Dat ondermijnt het systeem en trekt de al zo wankele verhouding tussen huisartsen en specialisten nog meer scheef." (VHL)