) Van de 2,1 miljoen loontrekkenden die Vlaanderen eind 2004 telde, ontvingen er 168.000 (7,9 procent) naast hun loon nog een uitkering. Bij de mannen gaat het om 6,4 procent en bij de vrouwen om 14,2 procent.
Dat blijkt uit berekeningen van het Leuvense Steunpunt Werk en Sociale Economie.Van de 50-plussers krijgt 17,9 procent een uitkering, van de 25- tot 40-jarigen 6,2 procent en van de 15-24-jarigen 1,6 procent. De meest voorkomende uitkering is die in het kader van een deeltijdse loopbaanonderbreking of tijdskrediet betaald door de RVA (107.200 personen).

Daarna volgen pensioenuitkeringen (21.665), de inkomensgarantie-uitkering van de RVA (20.854) en de activeringsuitkering van diezelfde instantie (15.911). Tot slot ontvangt een kleine groep loontrekkenden (5.420) ook een leefloon. Uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid konden door de onderzoekers niet in rekening worden gebracht.