BRUSSEL - Ondanks de toetreding van de tien nieuwe lidstaten op 1 mei 2004 zijn de arbeidsomstandigheden sinds 1991 redelijk stabiel gebleven in de Europese Unie. Dat blijkt uit een Europese enquête van de Europese Stichting voor de verbetering van levens- en arbeidsomstandigheden. Uit het onderzoek blijkt ook dat 21,5 procent van de actieve Belgische beroepsbevolking parttime werkt en dat 8,6 procent een tijdelijk contract heeft.
Opvallend is dat 40,5 procent van de Belgische vrouwen parttime werkt. Deze vrouwen werken meer uren dan mannen die fulltime werken, als de uren die besteed worden aan huishoudelijke en zorgactiviteiten meegerekend worden, aldus het onderzoek van de Europese Stichting.

De enquête toont verder aan dat door de veroudering van de Europese bevolking in veel Europese landen, waaronder België, ongeveer 15 procent van de actieve beroepsbevolking in de komende tien jaar op pensioen zal gaan. Van de Belgische werknemers verklaarde slechts 52,3 procent zich in staat om hetzelfde werk te blijven doen tot de leeftijd van zestig jaar.

Uit de enquête blijkt ook dat steeds minder Europese werknemers (35 procent) denken dat hun veiligheid en gezondheid een risico loopt door hun werk, hoewel de percentages in de nieuwe lidstaten beduidend hoger liggen dan die in de vijftien ,,oude'' EU-lidstaten.

De enquête werd eind 2005 uitgevoerd bij ongeveer 30.000 werknemers uit 31 landen (25 Europese lidstaten, de twee toenmalige kandidaatslidstaten Bulgarije en Roemenië, Kroatië, Noorwegen, Zwitserland en Turkije). De enquête wordt sinds 1991 om de vijf jaar afgenomen.