(Belga) De Europese Commissie heeft woensdag de concerns Otis, Kone, Schindler en ThyssenKrupp boetes opgelegd van in totaal 992 miljoen euro voor hun deelname aan een kartel inzake de installatie en het onderhoud van liften en roltrappen in België, Duitsland, Luxemburg en Nederland. Het zijn de hoogste boetes die ooit door de Commissie voor kartelovertredingen zijn opgelegd.
Zeventien dochterondernemingen van de vier concerns knoeiden in de periode van 1995 tot 2004 met offertes voor opdrachten, legden prijzen vast en verdeelden onderling projecten. De gevolgen zijn des te erger omdat deze bedrijven meestal ook het latere onderhoud van de liften en roltrappen voor hun rekening nemen. "De schade die deze kartels hebben veroorzaakt, zal nog jaren doorwerken omdat de kartels niet alleen betrekking hebben op de aanvankelijke levering, maar ook op het daaropvolgende onderhoud", aldus Europees commissaris voor Concurrentie Neelie Kroes. Het Duitse ThyssenKrupp moet een boete van 479 miljoen euro slikken. De boetes voor de dochterondernemingen van het concern werden bovendien met vijftig procent verhoogd omdat het concern al eerder gelijkaardige overtredingen beging. De Belgische dochter bedenkt de Commissie met een boete van 68 miljoen euro. Het Amerikaanse Otis krijgt een boete van 224 miljoen euro (waarvan 47 miljoen euro voor de Belgische dochter), het Zwitserse Schindler moet 143 miljoen euro betalen (69 miljoen euro voor de Belgische dochter) en Kone moet 142 miljoen euro ophoesten. De Belgische dochter van het Finse concern Kone kreeg vrijstelling omdat zij als eerste informatie verstrekte over het kartel in ons land. De Commissie startte het onderzoek naar het kartel op eigen initiatief. Uit het onderzoek bleek dat de bedrijven elkaar inlichten over aanbestedingen. Ze hanteerden quota's voor de verdeling van opdrachten en klanten. Wie niet mocht winnen, diende een nepofferte in die veel te hoog was. (SVR)