(Belga) In 2006 zijn in België twee buitenlandse vliegtuigen aan de grond gehouden na een inspectie. In 2005 waren dat er nog elf. Ook het aantal vastgestelde kleinere gebreken waarbij een vliegtuig niet aan de grond wordt gehouden, nam af. Dat heeft federaal minister van Mobiliteit Renaat Landuyt (sp.a) geantwoord op een schriftelijke vraag van senator Stefaan Noreilde (Open Vld).
Bij inspecties van buitenlandse vliegtuigen onderscheidt men drie verschillende types van tekortkomingen. Categorie 1 bevat de kleine, categorie 2 de grotere en categorie 3 de ernstige gebreken. Bij gebreken van die laatste categorie kan het vliegtuig pas vertrekken nadat het vastgestelde gebrek verholpen is. In 2005 maakten liefst 68 van de 73 inspectierapporten gewag van gebreken. In 2006 werden er bij 50 van de 84 inspecties tekortkomingen vastgesteld. Zesennegentig procent van de inspectierapporten met tekortkomingen behandelde vorig jaar gebreken van categorie 1 en 2. De belangrijkste vastgestelde gebreken zijn fouten in de brandstofberekening, ladingsverdeling, vastmaken van de lading, geblokkeerde nooduitgangen en gebreken aan het veiligheidsharnas van het personeel. (SVR)