De enquête van Randstad naar de participatiecultuur in de Belgische bedrijven is geen primeur. In 2004 peilde het uitzendbedrijf ook al naar de mening van de Belgische werknemers over het sociaal bedrijfsoverleg. Grote verschillen tussen 2004 en dit jaar zijn er niet, behalve de vaststelling dat er 'zeker geen vooruitgang' te noteren valt inzake werknemersinspraak.

De bevraging viel uiteen in meerdere hoofdstukken: bestaat de mogelijkheid voor werknemers om hun mening te geven, hoe kunnen/willen ze dat doen, waarover willen ze inspraak hebben, zijn ze tevreden met de bestaande overlegstructuren, wat vinden ze van de nakende sociale verkiezingen en hoe beoordelen ze de rol van de vakbonden.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?



Kansen op inspraak?

Ruim zeven op de tien van de ondervraagde werknemers (71%) geven een score van meer dan6 op10 aan de geboden inspraakmogelijkheden in hun bedrijf. De globale score bedraagt 6,5 op10. Dat is iets lager dan vier jaar geleden, toen er 6,8 op 10punten werd behaald.

Volgens Jan Denys, manager van Randstad, wijst die score op een 'matige tevredenheid' over de kans op inspraak in het bedrijfsbeleid. 'Niet slecht, maar ook niet schitterend.'

De laagste tevredenheidscores zijn te vinden bij de arbeiders, de hoogste bij de kaderleden (zie tabel). Voorts valt op dat de score een stuk hoger ligt in kmo's met 20 tot 50werknemers dan in hele grote bedrijven met meer dan 500 werknemers.

De uitersten komen voor. Tegenover 15% van de werknemers die een score van 9 of 10 op 10 geven, staat 29% van de werknemers die minder dan 5punten op10 toekennen. Die groep is dus helemaal niet tevreden met de mogelijkheden om mee te praten over het bedrijfsbeleid.

In de non-profitsector (5,4 op 10) en bij de overheid (5,9) zijn de scores trouwens lager dan in de commerciële privébedrijven.

Jan Denys van Randstad wijst ten slotte op het verband tussen tevredenheid bij de werknemers over de kansen op inspraak en hun verbondenheid met of engagement voor het bedrijf.



Hoe participeren?

Voor de kleine helft van de werknemers zijn de drie klassieke overlegstructuren in een bedrijf de meest aangewezen methode om de stem van het personeel te laten horen: via ondernemingsraad, het preventiecomité of de vakbondsafvaardiging.

Voor 7% van de werknemers kan dat echter best gebeuren tijdens de (jaarlijkse) evaluatie- of functioneringsgesprekken. Een even grote groep van 7% schuift informele ontmoetingen met de directie naar voor. Daarna volgen 'werkoverleg' met de afdelingscollega's (6%), de ideeënbus (5%) en algemene personeelsvergaderingen (ook 5%).

Een kleine groep van 4% ziet vooral heil in een eigen vertegenwoordiging van het personeel in de raad van bestuur.



Waarover moet er inspraak

zijn?

De 2.000 ondervraagde werknemers kregen een lijst van gespreksthema's van sociaal overleg voorgelegd, die ze in orde van belangrijkheid moesten rangschikking en een inspraak-gewicht toekennen.

De uitkomst van die oefening leert dat de absolute prioriteit (23%) gaat naar overleg over de loon- en arbeidsvoorwaarden (zie tabel). Op grote afstand volgen dossiers als arbeidstijd, werkdruk, werksfeer en de werkomstandigheden (10 à 11%).

Nog iets minder belangrijk schijnt inspraak in de eigen jobinhoud te zijn (10%). Nog veel lager scoren thema's als vorming, loopbaanbeleid en de bedrijfsstrategie.

Tussen de verschillende beroepsgroepen komen geen enorme verschillen naar boven. Zowel voor de arbeiders (26%) als de kaderleden (16%) zijn de loononderhandelingen het allerbelangrijkste thema voor bedrijfsoverleg.

Dat ontlokte Jan Denys gisteren de opmerking dat 'veel werknemers, misschien te veel, inspraak nagenoeg volledig gelijk stellen met materiële belangenbehartiging en te weinig met kwalitatieve dossiers over de werking en strategie van hun bedrijf. De Belgische participatiecultuur kan beter.'

Tevreden met het overleg?

De werking van de ondernemingsraad krijgt een gemiddelde tevredenheidscore van 6,1 op 10punten, met beduidend hogere cijfers voor de kaderleden (6,6 op 10). Die behoorlijke maar zeker niet uitstekende scores zijn vergelijkbaar met de vorige enquête, uit 2004. Bijna zes op de tien van de werknemers zeggen op de hoogte te zijn van de beslissingen die in de ondernemingsraad werden genomen. Lees: vier op de tien weten niet wat er beslist is. Dat is een behoorlijk 'democratisch deficit'.

De tevredenheid over de werking van de preventiecomités ligt iets hoger (6,4 op 10), die over de vakbondsdelegatie eveneens (6,2 op 10).

Opvallend: tussen vakbondsleden en niet-vakbondsleden zijn er geen grote verschillen.

In het jaar voorafgaand aan de bevraging heeft 38% van de werknemers concrete hulp of informatie gevraagd aan een vakbondsafvaardiging, aan hun delegee. Dat percentage ligt uiteraard hoger bij de vakbondsleden (41%) maar zelfs bij de niet-vakbondsleden gaat 21% raad vragen bij een delegee. De hoogste percentages zijn voor de (Waalse) arbeiders (49%).



Wat met sociale

verkiezingen?

Er bestaat een grote consensus op de werkvloer in de Belgische bedrijven dat het personeel gekozen vertegenwoordigers moet hebben voor het overleg met de directie (88%) en dat die uitverkoren collega's daarvoor een speciale ontslagbescherming verdienen (78%). Voor 58% is het vanzelfsprekend dat het om leden van een vakbond gaat.

De sociale verkiezingen zelf kunnen op een groot draagvlak rekenen, althans in die bedrijven waar er verkiezingen zullen zijn. Globaal zegt 68% van de werknemers te gaan stemmen 'als ze daartoe de kans krijgen'. In bedrijven waar er met zekerheid sociale verkiezingen zullen doorgaan, loopt dat aantal op tot 87%. Een erg hoog percentage, ondanks het ontbreken van stemplicht. 'De sociale verkiezingen zijn geen vervelende klus die nu eenmaal om de vier jaar moet gedaan worden', zegt Randstad-manager Jan Denys daarover.



Tevreden met vakbonden?

De 2.000 ondervraagde werknemers konden ten slotte hun visie geven over de rol en werking van de vakbonden in hun bedrijf en op het overleg van die vakbonden met het management. De antwoorden zijn erg positief voor de vakbonden. Zo vindt 74% van de werknemers dat de vakbonden 'realistische eisen' op tafel leggen in het overleg en 72% vindt dat de bonden 'het vertrouwen van het personeel genieten' (zie tabel). Volgens 69% 'weten de vakbonden wat er leeft in het bedrijf'.

Maar ook de directies krijgen goede punten. Voor ruim driekwart van de werknemers is er sprake van 'wederzijds respect' tussen bonden en managers aan de overlegtafel.

www.standaard.biz/socialeverkiezingen