Na het arrest, het vonnis Bosman
Foto: © MC Marc Cels
Mocht het arrest Bosman twintig jaar vroeger zijn geveld, was ik misschien ook een amateurvoetballer geworden. Ik was zeker niet in de wieg gelegd voor een voetbalcarrière. Ik kon het spel wel wat lezen, zoals dat heet, maar technisch was ik geen natuurtalent en mijn eerste twee meter waren nauwelijks sneller dat die van een schildpad. Ook al was mijn vader voetballer en trainer, hij vond dat ik in die omstandigheden maar beter niet bij een club aansloot. Eens lid van een club, konden spelertjes van dat kaliber niet meer vrij gaan en staan in de voetbalwereld.

Dat is door de volgehouden inspanning van Jean-Marc Bosman verleden tijd.

Destijds verzetten KBVB, Uefa en Fifa zich er tegen dat Bosman na het einde van zijn contract met Luik zou gaan voetballen bij het Franse Duinkerke. Na vijf jaar juridische strijd velde het Hof van Justitie op 15december 1995 het revolutionaire Bosman-arrest. Vanaf dan waren voetballers op het einde van hun contract vrij om van werkgever en van club te veranderen.

Dit arrest kreeg nu ook een fiscaal staartje. Na het arrest, nu ook het vonnis Bosman. En weer wint hij het pleit (rechtbank van eerste aanleg van Luik van 4oktober 2007).

De heisa bracht Bosman midden in een mediastorm. In heel Europa werd hij gevraagd voor televisieoptredens, interviews en documentaires. Hij verzilverde zijn populariteit en streek daarvoor een mooie gage op.

Bosman vond dat die inkomsten belastbaar waren als diverse inkomsten tegen een tarief van 33%. De fiscus vond echter dat de inkomsten inherent verbonden waren met zijn voetbalcarrière. Hij trad op als voetballer en hij gebruikte volop zijn kennis en ervaring in dat domein. Dus moest de gage belast worden als beroepsinkomsten tegen een tarief van meer dan 50%.

Het onderscheid tussen diverse inkomsten en beroepsinkomsten is altijd een feitenkwestie. En de rechter doet wat ze moet doen. Zij gaat op zoek naar de echte reden van de vergoeding.

Eerst stelt zij vast dat de voetbalactiviteiten in de strikte zin van het woord al gestopt waren op het moment van de televisieoptredens. Bosman gaf geen commentaar meer op zijn sportieve prestaties. Hij werd uitgenodigd om zijn ervaringen als rechtzoekende toe te lichten en om de gevolgen van de beslissing te duiden die veel verder gingen dan zijn individuele situatie.

De oorzaak was dus niet een balspelletje. De werkelijke bron van de inkomsten hield verband met de gerechtelijke strijd, een 'once in a lifetime event' voor Bosman. De deelname aan de uitzendingen is het exploiteren van deze unieke en eenmalige gebeurtenis. Bekend worden door een gerechtelijke procedure is niet inherent verbonden aan het beroep van voetballer. De rechter is zeer duidelijk: het is volstrekt vreemd aan sportieve prestaties.

Daarenboven waren de twaalf uitzendingen over twee jaar niet frequent genoeg om een voortdurende en gewone activiteit uit te maken, wat essentieel is voor een beroepsactiviteit.

Opnieuw zou het kunnen dat Bosman bakens heeft uitgezet. Dit vonnis kan ingeroepen worden door sporters die na hun sportieve carrière uitgenodigd worden om tegen een vergoeding deel te nemen aan televisieprogramma's zoals bijvoorbeeld Eeuwige Roem. Roland Liboton en anderen kunnen nu met nog meer kracht verdedigen dat ze maar 33% belasting moeten betalen in plaats van 50%.

De politieke vraag blijft natuurlijk waarom een beroepsactiviteit zoveel zwaarder belast moet worden dan diverse inkomsten.

Koen Van Duyse is advocaat bij Tiberghien Advocaten.

www.standaard.biz/fiscalekroniek