Een gevoelsindex slaat nergens op
iv
Foto: © Isabelle Vanmaldeghem
Federaal minister van Economie Vincent Van Quickenborne pakt in 'Het Laatste Nieuws' uit met een 'gevoelsindex'. Die toont aan dat de inflatie het afgelopen jaar niet 4,4 maar 6,6 procent bedroeg.

Conjunctuur

Van onze redacteur



De index van Van Quickenborne is gebaseerd op tien producten die door de FOD Economie -vroeger spraken we van een ministerie- geïdentificeerd werden als 'bepalend voor de beeldvorming' over de prijzen. 'Het zijn producten', zegt woordvoerder Tim Van Broeckhoven van de minister, die psychologisch belangrijk zijn voor een modaal gezin. Het gaat om de perceptie'.

De tien producten wegen natuurlijk niet allemaal even zwaar door in het gezinsbudget. Dat weten ook de opstellers van de klassieke index die regelmatig aangepast wordt aan de evoluerende consumptiegewoonten en duizenden producten bevat. De tien producten die de FOD er uit viste kregen hetzelfde gewicht als in de 'echte' index, maar uiteraard werden die omgerekend zodat het totaal gewicht van de tien producten uitkomt op 100 procent.

De exacte percentages werden gisteren niet meegedeeld, maar enig speur- en rekenwerk leverde de tabel hieronder op. En dan blijkt dat de 'gevoelsindex voor 82 procent bestaat uit olieproducten, met daarnaast bijna 11 procent voeding (zakje friet inbegrepen) en dik 7 procent communicatiekosten. Met kleding, gezondheidszorg, recreatie e.d. houdt de index hoegenaamd geen rekening.

De index bevat uitsluitend producten die heel frequent aangekocht worden, waardoor we erg gevoelig zijn voor de prijsevolutie ervan. Wie een bruin brood koopt weet meestal nog wel hoeveel datzelfde brood enkele dagen voordien kostte, en enkel de asceten onder ons zullen zich bij een cafébezoek niet meer herinneren hoeveel die pils ons enkele weken geleden werd aangerekend.

Maar dat onze vorige PC niet half zo krachtig was als het nieuwe exemplaar, en bovendien eenderde meer kostte, dat zijn we vergeten. Net als onze auto die, rekening houdend met de uitrusting, eigenlijk al heel wat jaren nauwelijks duurder is geworden. Met dank aan de concurrentie.

Neen, de FOD Economie en Van Quickenborne pikken er tien producten uit waarvan we de prijsstijgingen heel snel aan den lijve ondervinden -hoewel je over de doorzichtigheid van gsm-kosten kan discussiëren- en stellen er een heel onevenwichtige index mee samen. En dan blijkt, o wonder, dat de inflatie hoger ligt dan uit de officiële cijfers blijkt.

Manipulatie? Prutsen de heren van de Nationale Bank en statistici van de FOD Economie met de prijsstatistieken? Wordt de ernst van de inflatie verdoezeld om te vermijden dat de lonen te snel zouden stijgen en onze concurrentiepositie in gevaar komt? Dit soort geruchten doet al zo gemakkelijk de ronde, zeker nu de inflatie effectief een probleem is. Moet een federaal minister van Economie in die omstandigheden dan uitpakken met zo'n 'gevoelsindex', zelfs als het duidelijk niet de bedoeling is die maandelijks te gaan publiceren?

'Het nut van die index en meer nog de timing van de communicatie ontgaat me volledig', zegt hoofdeconoom Peter Vanden Houte van ING. 'Dit dreigt de perceptie van koopkrachtverlies enkel nog te versterken, en dat is wel het laatste dat we nu nodig hebben. Uiteraard volgt de gezondheidsindex de stijging van de olieprijzen niet volledig, anders zouden we de inflatie nog aanwakkeren'.

'Een minister van Economie zou de perceptie beter wat relativeren en erop wijzen dat de reële lonen de jongste jaren en maanden zeker niet gedaald zijn. Wat wil hij hier nu mee bereiken? Wil hij dat de index aangepast wordt?'

'Neen', zegt woordvoerder Tim Van Broeckhoven, 'de minister wil zijn bezorgdheid uiten over het verschil tussen perceptie en realiteit. En als er prijsstijgingen zijn die niet kunnen verklaard worden, dan wil hij die laten onderzoeken.'

Maar intussen onthoudt iedereen wel de vette koppen in populaire kranten, en wordt de perceptie bevestigd en de realiteit in twijfel getrokken.