Steve Jobs: de man versus de mythe
Foto: © NO BYLINE
Wie zijn ticket voor de MacWorld beurs in San Francisco al gekocht had, heeft pech: Steve Jobs zal er volgende week niet zijn. De keynote zal in zijn plaats gegeven worden door een zekere Phil Schiller. En als Steve Jobs er niet is, dan zal er waarschijnlijk ook geen groot nieuws zijn. Want niemand kan zich indenken dat Jobs iemand anders zou toelaten om met een belangrijk nieuw Apple-product in de schijnwerpers te staan.

Het plotse afmelden van Jobs geeft aanleiding tot heel wat speculatie. Onder meer (alweer!) over de gezondheidstoestand van de ceo van Apple.

Een publiek optreden van Jobs gaat altijd gepaard met enorme verwachtingen. Apple had het in 2008 echter steeds moeilijker om die verwachtingen in te lossen. In september bijvoorbeeld werd de wereldpers samengeroepen voor belangwekkende aankondigingen. Maar Jobs had weinig meer te tonen dan een wat dunnere iPod Nano. Heel wat journalisten voelden zich bekocht, en er verschenen kritische stukjes in de media. Héél voorzichtige kritische stukjes weliswaar, maar voor Apple -dat een abonnement heeft op open doekjes- was dat toch even schrikken.

Vorig jaar verblufte Jobs de wereld met de iPhone. In 2008 had Apple een paar technische hoogstandjes in petto, zoals de flinterdunne MacBook Air. Maar met MobileMe lanceerde Apple ook zijn eerste flop in lange tijd. En het hoogtepunt van het jaar -de voorstelling van de nieuwe iPhone 3G in juni- bood weinig echte verrassingen. Apple loste gewoon de twee belangrijkste gebreken van de oorspronkelijke iPhone op: het gebrek aan 3G-ondersteuning en het gebrek aan software.

De realiteit is gewoon dat geen enkel bedrijf -zélfs niet Apple- elke drie maanden met een kraker van het kaliber iPhone kan komen. Maar de duizenden fans die uren aanschuiven om Jobs te horen, verwachten dat wel. Nog vervelender: de immens populaire blogs met Apple-geruchten publiceren in de dagen vóór zo'n speech de wildste hypotheses. Wat Jobs écht aankondigt, kan daar vaak niet tegenop. En als Jobs geen interessant product heeft om te tonen, dan schrijven de journalisten weer over hoe bleek en mager hij eruit ziet.

Ook in andere opzichten kwam Apple in 2008 zichzelf tegen. Gebruikers van een Apple Macintosh kregen de aanbeveling om antivirussoftware te installeren op hun computer. En dat terwijl Apple in zijn reclamespots nog steeds beweert dat virussen alleen voorkomen op Windows-pc's. Dat is overigens een voorspelbaar gevolg van het toegenomen succes van Apple: de Macintosh is weer belangrijk genoeg geworden, zodat hij voor virusschrijvers de moeite loont.

En er zijn de schaduwkantjes van de persoon Jobs en het bedrijf Apple: de drang naar geheimhouding en absolute controle. Die donkere zijde was er altijd al, maar valt nu meer op.

Apple kan bijvoorbeeld een softwareontwikkelaar verbieden om een bepaald stuk software voor de iPhone te verkopen. iPhone software kan immers alleen in de Apple's iTunes-winkel worden verkocht. Sommige pakketten worden 'verboden' omdat ze onveilig zijn of omdat ze niet beantwoorden aan de familiewaarden die Jobs (de grootste aandeelhouder van Disney!) graag voorstaat. Maar andere pakketten zou Jobs van de markt houden omdat ze concurreren met software die Apple graag zelf wil uitbrengen. Voor dat soort praktijken werd Microsoft ooit veroordeeld.

Voorlopig wordt van Apple heel veel door de vingers gekeken omdat het bedrijf nu eenmaal de belangrijkste vernieuwer is van de computer- en elektronica-industrie. En Steve Jobs is daar de verpersoonlijking van. Maar net dat imago wordt een steeds grotere last. In 2009 moet Jobs hoe dan ook de confrontatie aangaan met zijn sterkste concurrent ooit: zijn eigen mythe.

Dominique Deckmyn is manager van De Standaard online.

www.standaard.biz/ecolumn