De religiometer

Gelovigheid lijkt niet iets wat je kunt meten. Toch hoor ik voortdurend dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen gematigde vormen van religie en extreme. Maar hoe onderscheid je rekkelijk geloof van streng geloof, en wanneer gaat gematigdheid over in fundamentalisme? In een poging om (on)gelovigheid in kaart te brengen, verdeel ik het levensbeschouwelijke spectrum in schijven. Ik vertrek vanuit de filosofische vraag naar de aard van het universum, en klasseer van 1 tot 10. Op de graden 1 en 2 van mijn religiometer staan de niet-gelovigen. Zij zijn atheïstisch en adeïstisch. Graad 2 onderscheidt zich van graad 1 omdat een (niet-religieuze) spiritualiteit zijn intrede doet. Daarna komen de agnosten. Ze worden gevolgd door de ietsisten. De vijfde graad is deïstisch. Deïsten geloven in een god, maar denken niet dat die god verder over enig vermogen of macht beschikt. Vanaf de zesde graad is iedereen theïstisch. In de tiende graad komt de religiositeit potentieel in conflict met de burgeren mensenrechten.

De religiometer maakt duidelijk dat ik gelovig noem wie in supermateriële kracht gelooft. Dat strikte onderscheid voorkomt dat er verwarring is met die andere betekenis van 'geloven in': vertrouwen geven ...

Niet te missen