De Stemming 2022 | CD&V wordt kleinste partij van Vlaanderen: ‘De trend lijkt onomkeerbaar’
Nog geen 9 procent van de Vlamingen zou vandaag op CD&V stemmen.    Foto: rr

Slechts 8,7 procent van de Vlamingen zou op dit moment op CD&V stemmen, een historische bodemkoers. De partij verliest zo stilaan de helft van haar kiezers tegenover 2019 en dreigt de kleinste partij van Vlaanderen te worden. Terwijl CD&V bloedt, bloeit Vooruit. Vlaams Belang en de N-VA strijden om het marktleiderschap.

De Vlaamse christendemocraten zitten in dramatisch slechte papieren. Dat blijkt uit De Stemming, het jaarlijkse opinieonderzoek door de Universiteit Antwerpen en de VUB in opdracht van De Standaard en VRT.Nws. Nog geen 9 procent van de Vlamingen zou vandaag op de partij stemmen. Elke peiling kent haar foutenmarges, maar zelfs de bovengrens daarvan bij CD&V (10,4 procent) ligt 5 procentpunt onder de verkiezingsuitslag van 15,4 procent in 2019. ‘De trend lijkt constant en onomkeerbaar,’ luidt het oordeel van politicologen Stefaan Walgrave (UA) en Jonas Lefevere (VUB), die het onderzoek uitvoerden. Elk jaar verliest CD&V zo’n 2 procentpunt aanhang. In dat tempo komt de kiesdrempel in zicht tegen de volgende verkiezingen in 2024.

Het centrum loopt leeg

De malaise is totaal. De partij claimt geen thema’s, heeft geen boegbeelden die opvallen, en wie nog op de partij zegt te stemmen, doet dat, meer dan bij andere partijen, uit gewoonte en kan zich ook voorstellen op Vooruit, Groen, Open VLD of N-VA te stemmen. De partij bloedt dus aan alle kanten.

Dezelfde problemen, weliswaar in mindere mate, gelden voor die andere traditionele centrumpartij: Open VLD. De partij noteert nog net 10,2 procent, wat significant minder is dan in 2019. De foutenmarge indachtig, is ook een duik onder de 10 procent niet ondenkbaar. De Vlaamse liberalen zijn vooral al de rechterkant van hun electoraat kwijtgespeeld. Wat overblijft, zijn meer links-liberale kiezers die zich zelfs kunnen voorstellen op Vooruit of Groen te stemmen. En dat risico bestaat, want van alle kiezers tonen die van Open VLD zich het minst overtuigd van hun stem. Ook de aantrekkingskracht van federaal premier Alexander De Croo neemt af. De krimp van de twee centrumpartijen maakt dat hun huidige Vlaamse coalitie met N-VA geen zicht meer heeft op een meerderheid.

De flanken winnen, Vooruit wint

De winnaars dan. Op rechts blijft dat Vlaams Belang, dat met 22,9 procent weliswaar lager peilt dan vorige jaren maar nog steeds op stevige winst staat ten opzichte van 2019 (18,5 procent). Gegeven de foutenmarge is de strijd om het marktleiderschap met de N-VA echter lang niet gestreden. Die partij blijft op verlies staan, maar pakt 22,4 procent van de stemmen. N-VA en Vlaams Belang blijven zo ruim 4 op de 10 Vlamingen overtuigen.

Aan de linkerkant groeien zowel Vooruit (15,5 procent) als de PVDA (9,1 procent) stevig. Vooruit is de enige federale regeringspartij die op duidelijke winst staat. De partij claimt sociaal-economische thema’s zoals sociale zekerheid, pensioenen en gezondheidszorg en heeft met Conner Rousseau een erg populaire voorzitter. Gevraagd naar de reden waarom mensen kiezen voor Vooruit, duikt zijn naam heel vaak op in de antwoorden. De partij oogt dynamischer, en dat grotendeels dankzij de voorzitter, zo kan het sentiment bij die kiezers worden samengevat.

Herverkaveling in links-rechtsblok

Leggen we al die zaken samen, dan doemt volgens Walgrave en Lefevere stilaan het beeld van een politiek tweestromenland op, waarbij het centrum uit elkaar wordt getrokken en we aan de linkerkant de geboorte meemaken van een dominante linkse speler, namelijk Vooruit, dat de pendant wordt van de N-VA aan de rechterkant. Tegenover Vlaams Belang op rechts komt dan de PVDA op links te staan. Die linkse en rechtse flanken zijn niet vergelijkbaar qua grootte, maar hier merken Walgrave en Lefevere op dat een flink deel van de circa 19 procent die nog bij Open VLD en CD&V zit eerder naar links zou trekken mochten die partijen er niet zijn. De resultaten van dit onderzoek suggereren op zijn minst dat die herverkaveling door de kiezer zelf, twee jaar voor de volgende verkiezingen van 2024, volop aan de gang is.

Positie van Groen onduidelijk

De positie van Groen – dat blijft hangen op 9,4 procent – is in dit verhaal onduidelijker, aldus de onderzoekers. In de ogen van de kiezers blijft het bovenal een klimaatpartij, maar wel eentje met een imagoprobleem buiten de eigen rangen. Het is typerend dat de partij niet kan profiteren van het feit dat energie probleem nummer één is van de Vlaming en met Tinne Van der Straeten nochtans de minister van Energie levert.

Tot slot: 4 procent van de bevraagden zou blanco stemmen of heeft nog geen keuze gemaakt.

Methodologie

In opdracht van De Standaard en VRT.Nws ondervroegen onderzoeksbureau Kantar, de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel in totaal 2.064 inwoners van het Vlaams gewest. De online bevraging vond plaats tussen 14 en 31 maart. Na weging is de steekproef representatief voor de Vlaamse stem­gerechtigde bevolking voor wat betreft leeftijd, geslacht, opleiding, provincie en stemgedrag in 2019.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in