Iedereen potentieel crimineel
‘Privacy kan beperkt worden in uitzonderlijke omstandigheden, maar dan moeten die beperkingen noodzakelijk en proportioneel zijn.’ Foto: John Moore/ig

De schending van de privacy in de VS blijkt flagrant, maar in ons land dreigt het dezelfde kant op te gaan, zegtRaf Jespers. De wet waar de regering aan werkt om onze data bij te houden, gaat veel te ver.

Wie? Advocaat Progress­Lawyers Network, auteur ‘Big Brother in Europa’ (Epo, 2010).

Wat? We worden in slaap gewiegd door de mantra ‘wie niets te ­verbergen heeft, heeft niets te vrezen’.

 

Terecht is er verontwaardiging over het nieuws dat Amerikaanse inlichtingendiensten al jaren wereldwijd, ook in België, het hele internet bespioneren (DS 8, 10 en 11 juni). Maar de Europese kritiek op de Amerikaanse moord op de privacy door George W. Bush en Barack Obama is grotendeels hypocriet. Onze politie- en geheime diensten maken immers gretig gebruik van de gegevens van hun Amerikaanse tegenhangers. En toen in 2006 het Swift-schandaal uitbrak – de CIA tapte jarenlang illegaal gegevens van financiële overdrachten uit de computers van het bankbedrijf – was de Belgische en Europese reactie erg zwak.

Europa heeft zelf boter op het hoofd. In de nasleep van 9/11 werd in 2006 door het Europees Parlement en de Raad van bevoegde ministers de zogenoemde dataretentierichtlijn aangenomen. Die richtlijn verplicht de 27 landen van de Europese Unie om een wet te maken die de internetproviders en telecommaatschappijen oplegt om gedurende zes maanden tot twee jaar alle communicatiegegevens bij te houden. Niet de inhoud van de communicatie moet bewaard worden, maar wel wie met wie communiceert, hoe lang, vanop welk IP-adres, wie de communicatie betaalt, de volumes van de geüploade en gedownloade gegevens, de andere diensten waarop de abonnee is geregistreerd. Al je telefoon- en internetsporen moeten dus worden opgeslagen.

En het vermoeden van onschuld?

In België hebben de ministers Johan Vande Lanotte (SP.A) en Annemie Turtelboom (Open VLD) in maart dit jaar een voorontwerp opgesteld om zo’n dataretentiewet te maken. Onder de vlag van ‘het onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige criminaliteit’ wil de regering dat de communicatie van alle Belgische burgers één jaar bewaard wordt. De gegevens kunnen dan opgevraagd worden door onderzoeksrechters, procureurs en politie in het kader van een concreet dossier. Maar ook de Staatsveiligheid en de Veiligheid van het leger kunnen die gegevens opvragen.

Als je weet dat het werkingsterrein van die diensten zeer breed en politiek ruim in te vullen is – extremisme, radicaliseringsproces, en ook anarchistische, nationalistische, autoritaire of totalitaire opvattingen en bedoelingen – valt te vrezen dat met die nieuwe wet de sociale oppositie tegen het beleid van de Europese Unie en van de regering, massaal zal worden gescreend. Die diensten zullen alles mogen doorzoeken. Toestanden zoals het afluisterschandaal rond de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA zijn dan niet meer ver weg. In Nederland, waar zo’n dataretentiewet al bestaat, waren er in 2010 ruim 50.000 opvragingen door politie, justitie en geheime diensten.

Laten we dus voor eigen deur vegen. Wat Vande Lanotte en Turtelboom in de steigers hebben staan, is de ernstigste aanval ooit op de privacy. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen schuldige en onschuldige burgers. Iedere burger is een potentiële terrorist of crimineel. Het vermoeden van onschuld, een heilig principe in een democratische rechtsstaat, telt niet meer. Fundamentele burgerrechten zoals de vrije meningsuiting, de persvrijheid of het recht om zich vrij te organiseren komen onder vuur te liggen. Want wie zal nog via de moderne communicatiemiddelen ongedwongen en vrij communiceren over zijn politieke en syndicale mening en organisatie als hij weet dat alle communicatiegegevens vroeg of laat door Staatsveiligheid of Justitie kunnen worden opgevraagd?

Privacy, het recht op een persoonlijke levenssfeer, is de moeder van alle vrijheden. Het werd in 1950, als reactie op de barbarij van het fascisme, opgenomen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Nu, privacy is natuurlijk ook geen absoluut recht. Het kan beperkt worden in uitzonderlijke omstandigheden. Maar aan die uitzonderingen hangen voorwaarden vast. Zijn de beperkingen noodzakelijk in een democratische samenleving? Zijn ze proportioneel? Kan hetzelfde resultaat niet bereikt worden op een andere manier? Dat fundamentele debat wordt tegenwoordig niet meer gevoerd, want ‘wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen’. Wie met deze slagzin in slaap is gewiegd, is hopelijk wakkergeschud door de onthullingen van Edward Snowden.

Glazen overheid, geen glazen burgers

Privacy wordt in het juridisch jargon gekwalificeerd als een ‘afweerrecht’, een recht van de burger om de overheid ‘van zich af te houden’. De overheid moet verantwoorden waarom ze de burger controleert en niet omgekeerd. Een glazen overheid dus, geen glazen burgers. Is een overheid die haar burgers wantrouwt, zelf nog wel te vertrouwen? In een dictatuur controleert de overheid permanent de communicatiegegevens van alle burgers. In een democratische maatschappij mag dat niet.

Het is verontrustend dat de Belgische regering vandaag de dataretentierichtlijn uit 2006 nu in een wet wil omzetten. Wie hoopte dat er rekening zou gehouden worden met de zware kritieken, komt bedrogen uit. In Duitsland, Roemenië, Cyprus en Tsjechië maakte het Grondwettelijk Hof brandhout van gelijkaardige wetten. Zo’n 35.000 Duitsers vroegen bij het Grondwettelijk Hof de vernietiging van de Duitse dataretentiewet. Op 2 maart 2010 gaf het Hof hen gelijk met een verpletterende motivering. Het noemde de wet ‘een bijzonder zware ingreep tegen de rechten van burgers met een reikwijdte die de rechtsorde tot nu toe niet gekend heeft’, en kritiseerde dat de dataretentie ‘een verregaande inkijk in het sociale milieu en in de individuele activiteiten van de burgers toelaat’ en kan leiden tot ‘het opstellen van gedetailleerde persoonlijkheids- en verplaatsingsprofielen van vrijwel alle burgers.’ Kan het nog duidelijker?