De kromme ethiek  van De Wever
Bart De Wever tijdens de opening van de Sinksenfoor. Foto: Nicolas Maeterlinck/belga

Een kermis wordt verplaatst à la tête du client, en met voetbalclubs wordt gemarchandeerd als waren het Monopoly-straten. Als dat de ethische gemeenschap is waar Bart De Wever voor staat, zit Vlaanderen met een probleem, zegt Karel De Gucht.

Wie? Eurocommissaris voor ­Handel (Open VLD).

Wat? De ethische rechtlijnigheid waarmee De Wever en de zijnen lopen te zwaaien, is niet terug te vinden in hun handelen.

 

De ‘ethische gemeenschap’ van Bart De Wever. Ik moest eraan denken toen ik het ongelofelijke verhaal hoorde over het gesjacher met stamnummers van West-Vlaamse voetbalploegen en met de emotie van hun supporters, tot meerdere eer en glorie van de Antwerpse burgemeester. Of toen ik het verhaal las van de 45.000 euro uit de stadskas waarmee De Wevers bestuurders proceskosten vergoeden die de buurtbewoners van de Zuiderdokken hebben gemaakt om de Sinksenfoor weg te krijgen. Of de 200.000 euro weggesmeten belastinggeld om de Sinksenfoor te verplaatsen naar de kaaien. Maar ook door de uitgekiende herschikking van kermiskramen volgens het geluidsniveau en de plaatsing van het mobiele politiebureau dicht bij de flats van de klagers, overeengekomen in een onderhandse akte nota bene, is er minstens reden tot twijfel over de neutraliteit van het Antwerpse bestuur.

Moeten we daar zo zwaar aan tillen? Misschien heeft er wat gemis aan ervaring meegespeeld. De eerder gemaakte uitschuiver over de 250 euro die niet-Belgen moeten betalen als ze zich voor het eerst willen inschrijven, EU-burgers inbegrepen, is naar mijn oordeel minder gemakkelijk te vergeven wegens ronduit onethisch. Daarbij verwijzen naar hoge dossierkosten ter verantwoording, was zelfs ronduit grof. Ik vraag me af wat de Antwerpse burgemeester over dat alles zou gezegd hebben indien hij gelijkaardige verhalen zou lezen over PS-bestuurders uit Luik, Charleroi of Bergen.

Minderwaardige gemeenschappen

Maar ik wil vooral een van De Wevers basisgedachten naar voor halen. ‘De maatschappelijke meerwaarde van een gezonde identiteitsbeleving ligt vooral in de creatie van een ethische gemeenschap’, schreef hij destijds (DS 2 maart 2010). Zijn dat nu de normen van een ethische gemeenschap en van de identiteitsbeleving in het onafhankelijke Vlaanderen?

Het is een kenmerk van zijn soort nationalisme om te zwaaien met vendels over ethische rechtlijnigheid en identiteitsbeleving. Hij zet zich af tegen andere gemeenschappen die minderwaardig zouden zijn, slecht bestuurd worden of, tout court, lui zouden zijn en alleen maar bestaan dankzij profitariaat. Hij inspireert zich naar eigen zeggen op Edmund Burke, de achttiende-eeuwse Ierse politieke filosoof die als de aartsvader van het conservatisme gezien wordt en volgens De Wever zelf ‘de sokkel’ is van zijn politieke denken en doen.

Toen de Franse Revolutie uitbrak, waarschuwde Burke voor het geloof in de maakbare samenleving, voor rationalisme dat in zijn ogen brutaal komaf maakt met het ‘kostbare weefsel’ van de samenleving. Hij wees op het gevaar van eenvoudige politieke utopieën trachten op te leggen aan een complexe realiteit. Alleen de ‘organisch gegroeide’ maatschappij, steunend op tradities en instituten zoals het gezin, de school en de kerk, biedt kans op stabiliteit en een leefbare democratie, zo onthoudt De Wever van Burke. ‘Als het individu de maat is van alle dingen, wordt alleen het eigen ik groter en staat de deur open voor een ongeremd en zuiver materialistisch egotisme. Tussen individu en staat is er op den duur geen enkel tussenschot meer, de mens wordt klant van de overheidswinkel die almaar meer taken moet opnemen en gaat functioneren volgens de wetten van vraag en aanbod.’ (DS 16 augustus 2003).

Tegen de achtergrond van het Sinksenfoor- en voetbalgesjoemel moeten die woorden bijzonder confronterend klinken voor Bart De Wever. En dat is nu net het gevaar van zijn soort Vlaams nationalisme. Zodra het aan de macht is, laten bestuurders zoals hij hun ethische koran vallen om de kermis te verplaatsen ter wille van enkelen of om de stadskas te saneren op de kap van zwakkeren. De geluidslast is voor de bewoners van sociale blokken.

Platvloers nationalisme

Gelukkig maakt een meerderheid in Vlaanderen nog steeds het onderscheid tussen een progressief en een platvloers nationalisme, zoals John Stuart Mill het treffend beschreef. ‘Het hoeft niet gezegd dat we geen nationalisme in de vulgaire betekenis van het woord bedoelen: een idiote antipathie tegen vreemdelingen; een onverschilligheid voor het algemeen welzijn of een ongegronde voorkeur voor de vermeende belangen van ons eigen land; slechte eigenschappen koesteren omdat ze nationaal zijn; of een weigering om over te nemen wat in andere landen goed gebleken is’.

We moeten af van het complex dat alleen iemand die te kwader trouw is de N-VA van Bart De Wever kan verdenken van dit soort bekrompen nationalisme. Wie eerlijk naar de actualiteit kijkt en dieper graaft, merkt dat een moderne ethische gemeenschap wat anders is dan het rauwe nationalisme dat De Wever nastreeft.

Een zelfbewuste en waarlijk ethische gemeenschap leeft op basis van sympathie, en niet op basis van vijandbeelden. Ze leeft op basis van eenheid en solidariteit in plaats van op afsplitsing. Ze staat garant voor vrijheid, waardoor iedereen eerlijke kansen krijgt en gelijke behandeling in plaats van rauwe belangenbehartiging. Waarlijk burgerschap is gebaseerd op de bereidheid en op de bekwaamheid van mensen uit verschillende bevolkingsgroepen, verschillende klassen en met verschillende ideologieën en levensstijlen, om boven zichzelf uit te stijgen en om hun rol als burger volwaardig op te nemen binnen een democratisch politiek geheel. En dat was heel veraf in het verdoken gesjacher met de Sinksenfoor en het niets ontziende leuren met de fierheid van supporters en voetbalploegen, alleen maar voor de macht en het prestige van de burgemeester.

Zo’n onafhankelijk Vlaanderen mogen we niet willen.